Je ziet een assenstelsel met daarin een aantal punten.
Punt `A` heeft de coördinaten `(2, 3)` . Leg uit waarom.
Klaas schrijft voor de coördinaten van punt `C` het volgende op: `C(4, 1)` . Welke fout maakt hij?
Schrijf de coördinaten van punt `B` op.
Waarom is punt `D` geen roosterpunt?
Schrijf de coördinaten van punt `D` op.
Geef op het assenstelsel de volgende punten aan: `A(3, 1)` , `B(0, 4)` , `C(10, 0)` , `D(1, 7)` , `E(6, 6)` , `F(4, 8)` .
Het assenstelsel staat op het werkblad.
Gegeven is de vlieger `OABC` en de hoekpunten `A(5, 2)` en `B(5, 5)` .
Teken vlieger `OABC` in een assenstelsel.
Schrijf de coördinaten van punt `C` op.
Schrijf de coördinaten op van het snijpunt `S` van de diagonalen van de vlieger.
Hoeveel roosterpunten liggen er binnen deze vlieger?
In een assenstelsel zijn de volgende punten gegeven: `A(0, 4)` , `B(4, 2)` en `C(3, 5)` . De lijn `k` is de lijn door de punten `A` en `B` .
Teken de gegeven punten en lijn `k` in het assenstelsel.
Noem nog drie andere roosterpunten van lijn `k` .
Teken lijn `l` door `C` en loodrecht op `k` .
Ligt het punt `P(10, 19)` op lijn `l` ? Licht je antwoord toe.
Ligt het punt `Q(100, 190)` op lijn `l` ? Licht je antwoord toe.
Neem een stuk roosterpapier en teken een assenstelsel.
Teken de volgende punten en trek steeds een lijnstuk vanuit een punt naar het volgende punt: `(2, 2)` , `(4, 2)` , `(4, 4)` , `(6, 4)` , `(6, 2)` , `(10, 2)` , `(7, 4)` , `(8, 6)` , `(8, 12)` , `(10, 8)` , `(8, 10)` , `(8, 12)` , `(6, 14)` , `(4, 14)` , `(2, 10)` , `(3, 4)` , `(2, 2)` , `(3, 4)` , `(1, 8)` , `(0, 6)` , `(2, 16)` , `(2, 18)` , `(4, 19)` , `(6, 18)` , `(8, 18)` , `(5, 17)` , `(6, 18)` , `(8, 18)` , `(6, 16)` , `(5, 17)` , `(6, 16)` , `(8, 12)` .
Zet een dikke stip op `(4, 18)` . Wat heb je voor figuur gekregen?