Ruimtelijke figuren > Aanzichten
12345Aanzichten

Voorbeeld 3

Over het eind van een buis wordt ter afsluiting een kegelvormig kapje geplaatst. Dit wordt gemaakt van buigbare kunststof.
Een zijaanzicht ervan zie je hiernaast, alle afmetingen zijn in mm.
Teken nu zelf een uitslag van deze kegel.

> antwoord

Elke kegel kun je vouwen uit een deel van een cirkel, een cirkelsector.
De straal van die cirkelsector is dan gelijk aan de lengte van een lijnstuk vanuit de top naar de grondcirkel. Die lengte bereken je met de stelling van Pythagoras: `R = sqrt(300^2 + 120^2) ~~ 323` mm.

Je begint daarom met een cirkel met een straal van `323` mm.
Daar heb je maar een deel van nodig.
De boog die bij dat deel hoort moet even lang zijn als de grondcirkel van de kegel, dus `pi*600` mm.
De cirkel die je hebt getekend heeft een omtrek van `pi*646` mm.
Dus van de `360^@` die bij een complete cirkel horen, heb je `(pi*600)/(pi*646)*360^@ ~~ 334^@` nodig.
Dit heet de sectorhoek van de cirkelsector.

Opgave 8

Teken de uitslag van de kegel beschreven in het Voorbeeld 3 op schaal `1:10` .
Maak je tekening op stevig papier en maak een extra plakrand. Vouw de kegelvorm en ga na dat hij klopt met de opgegeven afmetingen.

Opgave 9

Je ziet hier het zijaanzicht van een lampekap met de vorm van een afgeknotte kegel.

Teken een uitslag van deze afgeknotte kegel.

verder | terug