Algebra I > Variabelen vermenigvuldigen
1234567Variabelen vermenigvuldigen

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

b

c

d

oppervlakte bovenkant

oppervlakte voorkant

oppervlakte zijkant

e

Opgave 1
a

en want er zijn kleinere rechthoeken met een oppervlakte van .

b

en want er zijn kleinere rechthoeken met een oppervlakte van .

Opgave 2

en

Opgave 3
a

b

c

d

Opgave 4
a

b

Opgave 5
a

De formule voor de oppervlakte van de figuur in het voorbeeld krijg je door de oppervlakte van alle rechthoeken en het vierkant apart uit te rekenen.

b

Opgave 6
a

b

cm2

Opgave 7
a

b

Kan niet korter.

c

d

Kan niet korter.

e

Opgave 8
a

b

c

d

Opgave 9
a

b

c

d

e

f

Opgave 10

Opgave 11
a

b

Opgave 12
a

b

c

d

Opgave 13
a

b

c

d

Opgave 14
a

b

c

d

e

f

Opgave 15

en

Opgave 16

Figuur I:

Figuur II:

Opgave A1
a

De oppervlakte van de bodem is . De oppervlakte van de bovenkant is hetzelfde.
De oppervlakten van de opstaande zijvlakken zijn alle vier . Dus cm2.

b

betekent .
Dus cm

Opgave A2
a

b

cm3 als het helemaal vol zou zitten.

Opgave T1
a

b

c

d

e

f

Opgave T2
a

Driehoek:

Vierkant:

Rechthoek:

b

c

en

d

e

f

De oppervlakte van de hele figuur is .

verder | terug