Algebra I > Som, verschil, product delen
1234567Som, verschil, product delen

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

b


of:

c

d

Verdeel de rechthoek in twee helften door een lijnstuk te tekenen dat de twee middens van de lengtes verbindt.

e

f

Teken nu een lijnstuk dat de twee middens van de breedte verbindt. In formule:

Opgave V2
a

Zonder haakjes wordt het IE-cijfer , dat kan meteen al niet kloppen bij een cijfersysteem van t/m .

b

Het eindcijfer moet op of hoger uitkomen.
Hij moet daarom voor IE een halen (of meer).
Dus: zodat:

Opgave 1
a

Omdat niet alleen door moet worden gedeeld, maar ook de .

b

c

Verdeel eerst de rechthoek in drie even lange verticale stroken: .

Verdeel daarna de rechthoek in drie even lange horizontale stroken: .

d

Zo krijg je deel van de rechthoek.

Opgave 2
a

Dat is de totale lengte van alle ribben.

b

Als je de totale lengte van alle ribben samen door deelt dan krijg je precies de lengte van de drie verschillende ribben samen.

c

Dat is het volume van deze balk.

d

Verdeel de balk op het werkblad in vieren door de ribben met lengte allemaal in vieren te delen.

e

Als je het volume van de balk door deelt, krijg je een kwart van het volume.

e

Het maakt geen verschil of je de balk verdeelt door de ribben met lengte te verdelen, of de ribben met lengte of de ribben met lengte .

Opgave 3
a

Waar.

b

Niet waar.

c

Niet waar.

d

Niet waar.

e

Waar.

f

Waar.

Opgave 4
a

b

c

d

Opgave 5
a

Omdat .

b

Je kunt ook de lengte van de basis vermenigvuldigen met de helft van de hoogte, want .

c

, en .

Opgave 6
a

J.

b

Omdat

c

J.

Opgave 7
a

b

c

Je wilt weten bij welke waarde van de kosten uitkomen op .
Dat is het geval als , dus als .
Dus bij meer dan kopieën per maand komt de school uit de kosten.

Opgave 8
a

€ 14,17 per persoon

b

c

De kaartjes moeten € 12,88 kosten.

Opgave 9
a

b

c

d

Opgave 10
a

b

c

d

Opgave 11
a

De oppervlakte van de vlieger is precies de helft van de oppervlakte van de rechthoek.

b

Nee, .

c

of (linkerhelft of rechterhelft arceren) of (onderste helft of bovenste helft arceren).

Opgave 12
a

euro/km.

b

De totale kosten (exclusief de benzinekosten) zijn .
Voor de kosten per km moet je door het aantal gereden km delen.

c

Ja, .

Opgave 13
a

De oppervlakte van de hele cirkel is .
De sector is het deel hiervan.

b

.

c

Neem bijvoorbeeld een cirkelsector met straal cm en sectorhoek . Beide formules geven dan als uitkomst.

Opgave A1
a

b

Er geldt .
Omdat de snelheid in km/h is krijg je dus en dus .

c

en en .
en geeft samen

d

seconden.

Opgave A2
a

b

Er komen dan auto's per minuut.

c

betekent en dus , zodat km/uur.

Opgave T1
a

b

c

d

e

Opgave T2
a

euro/km.

b

euro.

c

.
Als groter wordt, dan zal kleiner worden, dus je komt steeds meer in de buurt van de euro uit.

verder | terug