Algebra 2 > Formules met machten
12345Formules met machten

Oefenen

Opgave 9

Herleid.

a

b

c

d

e

f

Opgave 10

Voor een cilinder met diameter en hoogte geldt voor het volume de formule en voor de oppervlakte de formule .

Van een cilinder is de hoogte drie keer zo groot dan de diameter.

a

Laat zien dat voor de inhoud van deze cilinder de formule geldt.

b

Laat zien dat voor de oppervlakte van deze cilinder de formule geldt.

c

Bereken de inhoud en de oppervlakte van deze cilinder als de diameter  m is.

Opgave 11

Los de vergelijkingen op.

a

b

c

d

Opgave 12

Schrijf de volgende formules zo eenvoudig mogelijk.

a

b

Opgave 13

De twee landjes hebben dezelfde oppervlakte.

a

Welke vergelijking levert dit op?

b

Los de vergelijking op.

c

Welke oppervlakte hebben deze landjes?

verder | terug