Algebra 2 > Formules en ongelijkheden
12345Formules en ongelijkheden

Verkennen

Opgave V1

De luchtdruk wordt lager, naarmate je hoger komt. We nemen aan dat de luchtdruk op zeniveau (hoogte ) op een bepaald ogenblijk millibar is. Per m stijging daalt de luchtdruk millibar.

a

Hoe groot is de luchtdruk op m hoogte?

b

Je weet nu twee punten van de grafiek van als functie van . Teken de grafiek.

c

Stel de functie van op.

d

Je mag niet alle getallen voor invullen. Welke getallen wel?

e

Bereken voor . Wat betekent de uitkomst?

f

Los op: .

g

Gebruik de grafiek en de antwoorden op de vragen d en f, om op te lossen:

verder | terug