Normale verdeling > Betrouwbaarheidsintervallen
123456Betrouwbaarheidsintervallen

Oefenen

Opgave 9

De vuilnisdienst van een stad wil weten hoeveel huisvuil een gezin uit deze stad tweewekelijks buitenzet. Er wordt een aselecte steekproef genomen van gezinnen. Het gemiddelde gewicht huisvuil dat door deze gezinnen verbruikt werd was kg, met een standaardafwijking van kg.

Bereken het % betrouwbaarheidsinterval van de hoeveelheid huisvuil (in kg) dat per gezin in de hele stad wordt opgehaald.

Opgave 10

Een vulmachine vult flesjes water. Een aselecte steekproef van flesjes geeft een gemiddelde inhoud van cL. De standaardafwijking is .

a

Bereken het % betrouwbaarheidsinterval.

b

Josephine beweert dat ongeveer % van de flesjes minder dan  cL bevat.

Rachid beweert dat ongeveer % van de flesjes minder dan  cL bevat.

Wie heeft gelijk?

Opgave 11

Een bedrijf maakt en verkoopt light producten. Ze beweert dat haar producten slechts calorieën per pakje bevatten . De Consumentenbond controleert dit met een aselecte steekproef van pakjes. Ze vinden gemiddeld calorieën. De standaardafwijking van deze steekproef is calorieën. 

a

De bewering van het bedrijf lijkt niet te kloppen. Onderzoek of de Consumentenbond mag zeggen: met % betrouwbaarheid zit er meer dan calorieën in het lightproduct.

b

Wat moet het bedrijf aanpassen aan het aantal calorieën zodat de uitspraak van de Consumentenbond niet klopt?

Opgave 12

Bij een statistisch onderzoek wordt het populatiegemiddelde  geschat. De standaardafwijking van de steekproevenverdeling is .

a

Hoe groot zijn de grenzen van het % betrouwbaarheidsinterval van het populatiegemiddelde?

b

Hoe groot zijn de grenzen van het % betrouwbaarheidsinterval van het populatiegemiddelde?

Opgave 13

Een laborant analyseert de concentratie van een actieve stof in een geneesmiddel. De standaardafwijking van deze concentratie is bekend, deze is . De laborant doet drie metingen met als resultaat in g/L: , en

a

Bereken gemiddelde en standaardafwijking van deze drie metingen. Rond je antwoord af op vier decimalen.

b

Bepaal het % betrouwbaarheidsinterval voor de waarde van de gemiddelde concentratie van de actieve stof.

c

Hoeveel metingen moet de laborant minstens doen om de breedte van het % betrouwbaarheidsinterval kleiner dan te krijgen?

verder | terug