Met een schaallijn kun je de werkelijke afstand tussen twee punten bepalen. De afstand op de kaart vergelijk je met de schaallijn.
Deze schaallijn heeft een lengte van
10
km.
Iets wat op een kaart net zo lang is als de schaallijn is dus in werkelijkheid
10
km lang.
Als de schaallijn op de kaart een lengte heeft van
5
cm, dan is op die kaart elke
5
cm in werkelijkheid
10
km.
Deze kaart heeft dan een schaal van
5:1.000.000=1:200.000
.
En elke cm is dan in werkelijkheid
200.000
cm
=2
km.
En elke cm2 is in werkelijkheid
2×2=4
km2.