Statistiek > Kansen
123456Kansen

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

Die kans is 6 uit 31, dus 6 31 .

b

Die kans is 0 uit 31, dus 0.

c

Die kans is 5 uit 31, dus 5 31 .

Opgave 1
a

Die kans is 9 uit 31, dus 9 31 .

b

Die kans is 26 uit 31, dus 26 31 .

c

Die kans is 24 uit 29, dus 24 29 , dat is ongeveer 82,8%.

Opgave 2
a

Eigen antwoord.

b

Waarschijnlijk niet.

c

Je veronderstelt dat alle vlakjes even waarschijnlijk boven komen te liggen.

d

Wat uit jouw frequentietabel volgt hangt van die tabel af, het zal ook nog verschillen van de relatieve frequentie in tabellen van anderen. Maar die kans zou "in werkelijkheid" 1 6 moeten zijn.

e

Wat uit jouw frequentietabel volgt hangt van die tabel af, het zal ook nog verschillen van de relatieve frequentie in tabellen van anderen. Maar die kans zou "in werkelijkheid" 2 6 = 1 3 moeten zijn.

Opgave 3
a

39% of 0,39 of 39 op de 100.

b

10 + 18 + 39 = 67 %

c

39 + 20 + 13 = 72 % .

d

Kennelijk is die kans 0.

e

Kennelijk is die kans 100% ofwel 1.

Opgave 4
a

Even sorteren op kolom C (artiest) en je ziet dat er 49 nummers van The Beatles in de Top 2000 van 2012 stonden. Die kans is dus 49 2000 = 0,0245 en dat is ongeveer 2,5%.

b

Even sorteren op kolom D (jaar) en je ziet dat er 468 nummers van The Beatles in de Top 2000 van 2012 stonden. Die kans is dus 468 2000 = 0,234 en dat is ongeveer 23,4%.

c

Even sorteren op kolom C (artiest) en je ziet dat er 8 nummers van Queen uit de genoemde jaren in de Top 2000 van 2012 stonden. Die kans is dus 8 468 0,017 en dat is ongeveer 1,7%.

Opgave 5
a

Die kans is 28 278 0,101 en dat is ongeveer 10,1%.

b

Die kans is 13 147 0,088 voor de meisjes en 15 116 0,129 voor de jongens.

c

Die kans is 15 28 0,536 en dat is ongeveer 53,6%.

Opgave 6
a

Eigen antwoord.

b

Zie tabel.

c

3 36 = 1 12

d

33 36 = 11 12

e

7 36

Opgave 7
a

4 52 = 1 13

b

1 52

c

4 51

d

12 51

Opgave 8
a

5 31

b

9 31

c

9 26

Opgave 9
a

8 100 = 8 %.

b

8 8,5 94 %.

b

8,5 200 4,25 %.

Opgave 10
a

Je gaat er van uit dat elk vlakje evenveel kans heeft om onder te komen. De relatieve frequentie zal dan 1 4 bedragen. Dus die kans is 1 4 .

b

3 16

c

5 16 %.

d

13 16 %.

Opgave 11
a

1 16 = 0,0625 , dus 6,25%.

b

5 16 = 0,3125 , dus 31,25%.

c

Omdat alle puntenaantallen dezelfde kans hebben om te worden gedraaid, moet je gewoon het gemiddelde uitrekenen van alle puntenaantallen. Dat gemiddelde is ( 1 + 2 + ... + 14 + 15 + 50 ) / 16 = 10,625 .

Opgave 12Punaises
Punaises
a

Eigen antwoord.

b

Eigen antwoord.

c

Eigen antwoord. Gebeurt het ongeveer even vaak wel als niet?

Opgave 13Kansen bij voetbal
Kansen bij voetbal
a

Experimenteren, statistieken bijhouden.

b

Redeneren, de kans is 0,5

c

Redeneren, de kans is 1 op de 3 13 . Dat is echt heel klein...

d

Misschien zou je op grond van statistieken iets zinnigs zeggen, maar dit is waarschijnlijk een onvoorspelbare zaak.

Opgave 14Kansspel?
Kansspel?
a

Een kansspel. Of er per geldstuk kop of munt boven komt is alleen van het toeval afhankelijk.

b

Dit is geen kansspel, de slimheid van de spelers speelt een grote rol.

c

Dat is een kansspel, alleen het toeval bepaalt welke kaarten iemand krijgt.

d

Hierbij lijkt de kennis van de speler over de krachtsverhoudingen van de teams een rol te spelen. Toch is dat maar de vraag, onverwachte uitslagen zijn er genoeg. De voetbaltoto valt onder de wet op de kansspelen.

verder | terug