Algebra > Machten
123456Machten

Voorbeeld 2

Deze getallen zijn geschreven in de wetenschappelijke notatie: a = 3,6 10 13 , b = 1,2 10 12 , c = 1,2 10 - 6 en d = 9,0 10 - 7 .

Bereken a + b , a c , c - d en a / d . De antwoorden geef je dan natuurlijk ook in de wetenschappelijke notatie!

> antwoord

Let vooral op het werken met de machten van 10. Alleen gelijksoortige uitdrukkingen mag je optellen of aftrekken.

  • a + b = 3,6 10 13 + 1,2 10 12 = 3,6 10 13 + 0,12 10 13 = 3,72 10 13

  • a c = 3,6 10 13 1,2 10 - 6 = 4,32 10 7

  • c - d = 1,2 10 - 6 - 9,0 10 - 7 = 12,0 10 - 7 - 9,0 10 - 7 = 3,0 10 - 7

  • a d = 3,6 10 13 9,0 10 - 7 = 0,4 10 20 = 4,0 10 19

Opgave 7

In Voorbeeld 2 zie je hoe je met getallen in de wetenschappelijke notatie rekent.

a

Probeer de vier voorbeelden eerst zelf uit te rekenen zonder naar de oplossing te kijken. Schrijf je antwoorden ook in de wetenschappelijke notatie.

b

Bereken a d .

c

Bereken a - b .

d

Bereken b 3 .

e

Waarom is a - c a ?

Opgave 8

De astronomische eenheid (AE) is de gemiddelde afstand van de Aarde tot de Zon. 1 AE 1,5 10 8 km.

a

Hoeveel AE is 1 km?

b

Planeet Jupiter bevindt zich ongeveer 5,2 AE van de zon. Hoeveel km is dat?

c

Pluto bevindt zich ongeveer 5,9 10 9 km van de zon. Hoeveel AE is dat?

d

Een lichtjaar is de afstand die het licht in een jaar aflegt. De lichtsnelheid is 3 10 8 m/s. Hoeveel AE is lichtjaar?

verder | terug