Tabellen en grafieken > Tabellen
123456Tabellen

Verwerken

Opgave 7

Begin maart 2020 was dit de stand in de Eredivisie. Dit is de competitie van de hoogste divisie in het profvoetbal. Afkortingen: GW = gespeelde wedstrijden, W = winst, G = gelijk, V = verlies, P = punten, D = doelsaldo (aantal doelpunten gemaakt : aantal doelpunten tegen). Per overwinning krijgt een team drie punten, per gelijkspel één punt en bij verlies nul punten.

bron: flashscore.nl
a

Hoeveel punten heeft Ajax behaald?

b

In hoeveel gespeelde wedstrijden heeft Ajax deze punten gehaald?

c

Laat zien dat het puntenaantal van Ajax inderdaad overeenkomt met de gewonnen, verloren en gelijk gespeelde wedstrijden.

d

Hoeveel doelpunten zijn er deze competitie in totaal gescoord tot en met deze speelronde?

e

Ajax staat boven AZ hoewel ze beide evenveel punten hebben. Dat heeft te maken met het doelsaldo. Laat met een berekening zien dat de volgorde juist is.

f

Je zou bij ploegen met evenveel punten ook naar het doelgemiddelde kunnen kijken. De voetbalbond stelt: "Onder doelgemiddelde wordt verstaan het getal, dat wordt verkregen door het aantal doelpunten vóór te delen door het aantal doelpunten tegen." Zou dit van invloed zijn geweest op de rangorde?

Opgave 8

Bekijk de tabel van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2013.

a

Waarover gaat deze tabel?

b

Hoeveel rijen met aantallen leerlingen zijn er?

c

Hoeveel leerlingen zaten er gemiddeld in 2005/2006 per school op het voortgezet onderwijs?

d

En in 2012/2013?

e

Bereken het gemiddeld aantal studenten per universiteit (wetenschappelijk onderwijs), zowel in 2005/2006 als in 2012/2013. Wat valt op?

f

Het aantal hbo-studenten lijkt niet erg hard gestegen in de periode 2005/2006 tot en met 2012/2013. Laat met een berekening zien dat het gemiddelde aantal studenten per instelling echter wel sterk is gestegen.

Opgave 9

Een bioloog wil weten welke invloed de grootte van het broedsel (het aantal jonge vogels) heeft op de hoeveelheid voedsel die elk jong krijgt. Hij doet waarnemingen bij nestelende koolmezen. In de tabel staan zijn gegevens.

a

Welke kolom(men) bevat(ten) absolute gegevens?

b

Vooraf vermoedde de bioloog dat hoe groter het broedsel, hoe kleiner de hoeveelheid voedsel per jong zou zijn. Komt dat vermoeden uit? Kun je er een verklaring voor bedenken?

c

De totale hoeveelheid voedsel die de oudervogels aandragen is niet bij elke broedselgrootte even groot. Beschrijf wat er precies gebeurt.

d

De groei van de jonge vogels is echter bij elke broedselgrootte vrijwel hetzelfde. Kun je daar een verklaring voor bedenken?

e

In de vakliteratuur vindt de bioloog deze gegevens over de warmteproductie van de jonge vogels.

broedselgrootte 2 3 5 7 9 12

warmteproductie
(kcal per jong)

0,287 0,265 0,229 0,202 0,189 0,177

Vormen deze gegevens een verklaring voor de vrijwel constante groei van de jonge vogels?

Opgave 10
man vrouw totaal
kleurenblind
niet kleurenblind
totaal

Bij een onderzoek naar kleurenblindheid zijn proefpersonen aan een test onderworpen. Van de mannen die aan het onderzoek deelnamen waren er kleurenblind, bij de vrouwen bleken er slechts kleurenblind te zijn.

a

Neem de kruistabel over en vul hem in.

b

Welk deel van de mannen is kleurenblind?

c

Welk deel van de kleurenblinden is vrouwelijk?

d

Welke kolom(men) bevat(ten) relatieve gegevens?

Opgave 11
leeftijdsklasse van
1 2 3 4 5
naar 1
2
3
4
5

Enkele wetenschappers onderzoeken de evolutie van de neushoornpopulatie. Een populatie van vrouwelijke neushoorns uit Kenia, verdeeld over vijf leeftijdsklassen, werd uitgekozen als studieobject. Alle onderzoeksresultaten werden verwerkt in een overgangstabel. De tabel zegt iets over de overlevingskansen en over de kans op nakomelingen per leeftijdsklasse. Zo zie je dat deel van de neushoorns uit leeftijdsklasse 1, leeftijdsklasse 2 zal halen. Het andere deel van de neushoorns uit leeftijdsklasse 1 zal komen te overlijden. Ook zie je dat een neushoorn uit leeftijdsklasse 4 gemiddeld één nakomeling krijgt.

a

Wat betekent de breuk in de tabel?

b

Kan een neushoorn uit leeftijdsklasse 1 nakomelingen krijgen?

c

Er zijn neushoorns in leeftijdsklasse 4. Hoeveel zullen leeftijdsklasse 5 halen? En hoeveel nakomelingen zullen ze krijgen?

d

Er zijn neushoorns in leeftijdsklasse 2, hoeveel neushoorns zullen leeftijdsklasse 5 halen?

Opgave 12

Gegeven is dat twaalf van de mensen een bepaalde ziekte hebben. Er is een test ontwikkeld waarmee je kunt zien of je de ziekte hebt. Deze test geeft bij van de gezonde mensen de juiste uitslag en bij % van de zieke mensen de juiste uitslag.

a

Neem aan dat je mensen gaat testen. Hoeveel mensen zijn er dan echt gezond?

b

Hoeveel mensen krijgen een juiste uitslag van de test?

c

Verwerk de gegevens van b in een kruistabel.

verder | terug