Tabellen en grafieken > Waarden toevoegen
123456Waarden toevoegen

Verwerken

Opgave 6

De tabel geeft het aantal werklozen in een bepaalde stad weer. De aantallen werklozen zijn afgerond op honderdtallen.

tijd mrt '14 mei '14 jul '14 sep '14 nov '14 jan '15 mrt '15 mei '15 jul '15 sep '15 nov '15
aantal `10700` `11400` `11100` `10300` `10000` `10700` `11900` `12600` `12300` `11500` `11200`
a

Maak een grafiek van deze werkloosheidscijfers.

b

Hoe kun je aan de grafiek zien dat er bij werkloosheid sprake is van seizoensinvloeden?

c

Ga ervan uit dat deze trend zich voortzet. Voorspel het aantal werklozen in deze stad in januari 2016.

Opgave 7

Bekijk de schoolartsenkaart voor meisjes. De P50-lijn geeft de lengte aan van een gemiddeld meisje.

a

Schat door grafisch interpoleren de lengte van een gemiddeld meisje van vijftien jaar en drie maanden.

b

Katja is op haar dertiende verjaardag 168 cm en op haar veertiende verjaardag 172 cm. Voorspel hoe lang zij op haar twintigste zal zijn door gebruik te maken van de groeigrafieken.

c

Waarom is extrapoleren met behulp van een rechte lijn door beide punten hier onzinnig?

Opgave 8

In de grafiek over het aantal fazanten is sprake van een duidelijke trend. Het aantal fazanten in dit gebied neemt gestaag toe.

a

Waaraan kun je zien dat het aantal fazanten onderhevig is aan seizoensinvloeden?

b

Bepaal het aantal fazanten in juni 2020 als deze trend zich voortzet.

Opgave 9

De Body Mass Index (BMI) geeft aan of mensen van boven de `16` jaar op het juiste gewicht zitten ( `20 < ` BMI `≤ 25` ), matig overgewicht hebben ( `25 < ` BMI `≤ 30` ) of te zwaar (BMI `> 30` ) of te licht (BMI `≤ 20` ) zijn. Met deze grafieken kun je de BMI bepalen.

a

Schat de BMI van iemand die 18 jaar is, `1,90` meter lang is en `90` kilogram weegt.

b

Hoe zwaar moet iemand van boven de `16` jaar zijn als hij `1,65` meter lang is en een gezond gewicht wil hebben? Geef de ondergrens en de bovengrens.

c

Schets de grafiek die hoort bij een BMI van `23` .

d

Waarom gelden deze grafieken voor de BMI alleen voor mensen boven de `16` jaar, denk je?

Opgave 10

In de tabel zie je een overzicht van het aantal personenauto's in Nederland.

jaar 1999 2005 2007 2008 2009 2010
aantal personenauto's `4100000` `4300000` `4350000` `4410000` `4500000` `4660000`
a

Bepaal door interpoleren de aantallen voor het jaar 2000 en het jaar 2006.

b

Bepaal door extrapoleren de aantallen voor 2014 en 2016.

c

Hoeveel auto's zijn er per Nederlander in 1990? Ons land telde toen `14,89`  miljoen inwoners. Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig.

d

Hoeveel Nederlanders waren er per auto in 1990? Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig.

Opgave 11

Bekijk het percentage huishoudens met een internetaansluiting van 2002 tot en met 2008.

a

Kun je aan deze grafiek zien of het aantal breedbandaansluitingen is gestegen? Licht je antwoord toe.

b

Leg uit of - en zo ja hoe - je met behulp van extrapoleren het percentage breedbandaansluitingen in 2028 kunt schatten.

c

Huishoudens die wel internet hebben maar geen breedbandaansluiting, hebben een andere aansluiting. Teken de grafiek van het percentage huishoudens dat een andere internetaansluiting heeft.

Opgave 12

Op een kermis staan een groot reuzenrad van twintig meter hoog en een klein reuzenrad van tien meter hoog. Beide draaien in twee minuten één keer rond. Je stapt onderaan in een bakje van het grote reuzenrad en je vriend(in) doet hetzelfde in het kleine reuzenrad. Jullie beginnen tegelijkertijd te draaien.

a

Teken een grafiek van de hoogte van zowel jouw bakje als dat van je vriend(in) over drie rondes.

b

Bepaal door grafisch interpoleren de hoogte van jouw bakje in het grote reuzenrad na `75` seconden.

c

Bepaal door grafisch extrapoleren de hoogte van het bakje van je vriend(in) na `11,5` minuten.

d

Teken de grafiek met het hoogteverschil tussen het grote reuzenrad en het kleine reuzenrad.

verder | terug