Tabellen en grafieken > Totaalbeeld
123456Totaalbeeld

Antwoorden van de opgaven

Opgave 1
a

Een dag oftewel uur.

b

Tel de aantallen per uur op:

.

Totaal is ongeveer eerstgeborenen. Afhankelijk van de afgelezen aantallen kan jouw antwoord iets afwijken.

c

De meeste eerstgeborenen worden rond 14:00 uur geboren, terwijl het grootste aantal voor alle geboorten rond 8:00 uur zit.

d

Jouw grafiek kan iets afwijken afhankelijk van de afgelezen aantallen, zie de tabel.
Ja, de grafiek is redelijk periodiek.

tijd 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
alle 710 750 830 880 900 930 920 910 880 950 900 930 920 880 870
eerst 500 490 500 460 580 520 590 520 600 605 620 650 720 730 750
niet eerst 210 260 330 420 320 410 330 390 280 345 280 280 200 150 120
e

Zoek een horizontale trendlijn, waar er evenveel punten boven als onder de horizontale lijn liggen. Je komt dan op ongeveer .

f

Gebruik dezelfde trendlijn. Ongeveer .

Opgave 2
a

dollar.

b

Omgerekend naar de waarde van de dollar van 1988.

c

Dat kun je niet zeggen. De grafiek geeft de gemiddelde maandelijkse telefoonrekening. Er wordt niet aangegeven over hoeveel gesprekken het gaat. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat mensen minder zijn gaan bellen.

Opgave 3
a

Het percentage Europeanen in 2000 is %.

b

Ongeveer %.

c

2025

d

Zuid-Azië, tussen 1975 en 2000.

e

Oceanië. Hun aandeel wordt steeds kleiner.

f

Uit de grafiek aflezen: ongeveer miljoen.

Door interpoleren: In 2000 zijn er miljoen mensen en in 2025 zijn er miljoen. Gemiddeld per jaar stijgt het aantal mensen in Zuid-Azië met miljoen.
In 2010 zijn er dan ongeveer  mensen.

g

Zet de waarden van de tabel in een grafiek.

Noord-Amerika Latijns-Amerika som
1925
1950
1975
2000
2025
2050
2075
2100
Opgave 4
a

uur, minuten en seconden is ongeveer uur. De gemiddelde snelheid van Haile Gebreselassie is dus km/h.

b

Usain Bolt rende gemiddeld m/s. Dat is omgerekend km/h.

c

Usain Bolt loopt dan % sneller dan Gebreselassie.

Opgave 5
a

Ongeveer cm.

b

Nee, want de grafiek gaat steeds minder steil lopen. Bijvoorbeeld: de afname van het doorzicht is bij een toename van de troebeling van naar veel groter dan de afname van het doorzicht bij een toename van de troebeling van naar .

c

Om 18:00 uur is het doorzicht ongeveer meter.
Daarbij hoort een troebeling van ongeveer FTE.

d

De troebeling is het grootst als het getal van het doorzicht zo klein mogelijk is.
Dat is om ongeveer 16:00 uur.

(bron: examen havo wiskunde A in 1991, eerste tijdvak)

Opgave 6Daglengte
Daglengte
a

Zie figuur.

b

In de periode van zomertijd (april t/m oktober) worden alle tijden precies uur later. (Daardoor wordt het 's avonds een uur langer licht en besparen we elektriciteit.)

c

Zie de verschilgrafiek van zonsondergang en zonsopkomst.

d

Langste dag rond 21 juni, kortste dag rond 21 december.

Opgave 7
a

Bij correctie = hoort ongeveer °C.

b

Half bewolkt betekent een bedekking van . Bij een windsnelheid van  km/h vind je dan een waarderingscijfer van ongeveer . Bij  °C hoort een correctie van . Het waarderingscijfer wordt daarom ongeveer en dus is er sprake van een recreatiedag.

c

Om met zekerheid te kunnen zeggen dat het een recreatiedag is, moet je uitgaan van de slechtst mogelijke situatie. Het laagste waarderingscijfer zit bij windsnelheid km/h en bedekking . Dit waarderingscijfer is . Om op of hoger uit te komen moet de correctie minimaal zijn. Dat is zo bij °C of hoger.

d

Bij weinig of geen bewolking heeft een toename van de windsnelheid van tot ongeveer km/h geen invloed op het waarderingscijfer.

(bron: examen wiskunde A in 1991, tweede tijdvak)

Opgave 8
a

Het parkeerterrein is open van 8:30 tot 18:30, er wordt per uur geregistreerd. Er kan dus geregistreerd worden om 8:30, 9:30, 10:30, enzovoort. Een auto kan aankomen om 8:31 en wegrijden om 11:29. Hij wordt dan geregistreerd om 9:30 en 10:30, terwijl hij er dan wel bijna drie uur staat.

b

De totale parkeerduur is  minuten. Het totale aantal auto's is , dus de gemiddelde parkeertijd is minuten.

c

Auto's kunnen er parkeren zonder te worden geregistreerd. Die auto's staan dan minder dan minuten op het parkeerterrein. Worden deze ook meegerekend, dan komt het gemiddelde lager uit.

(bron: examen wiskunde A in 1989, tweede tijdvak)

verder | terug