Formules > Formules gebruiken
123456Formules gebruiken

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

De inhoud is altijd gelijk. Dus het kan een smal blik zijn dat hoog is of een breed blik dat laag is.

b

Er staat geen formule in de vorm van Y = ... Dus kun je deze niet invoeren.

c

Je moet de formule omschrijven. Bijvoorbeeld als `h=1000/(πr^2)` .

Opgave 1
a

oppervlakte rechthoek `=6 xx` breedte

b

lengte `xx` breedte `=12`

c

oppervlakte `=` lengte 2

d

grafiek I

grafiek II

grafiek III

Grafiek I hoort bij de formule van vraag b: lengte `xx` breedte `= 12`

Grafiek II hoort bij de formule van vraag a: oppervlakte `=6xx` breedte

Grafiek III hoort bij de formule formule van vraag c: oppervlakte `=` lengte 2

Opgave 2
a

Die accepteert alleen formules van de vorm Y = ...

b

Y1=30–X

c

De grafiek is een rechte lijn van `(0, 30 )` naar `(30, 0 )` .

d

Zowel `l` als `b` kan niet kleiner zijn dan `0` , het zijn namelijk lengtematen. Ze kunnen ook niet groter zijn dan `30` , dat is gegeven. Daarom is `0 ≤l≤30` en `0 ≤b≤30` .

Opgave 3
a

Een tabel maken. Neem bijvoorbeeld `b=0, 10, 20, 30, 40, 50` .

b

Eerst herleiden tot `l=text(-)b+50` .
Voer in: Y1=-X+50

c

Alleen formules van de vorm Y1=... worden geaccepteerd door de grafische rekenmachine. 

d

`b=50 -7,5 =42,5`

Opgave 4
a

`y=6 -3 x`

b

`y=12 /x`

c

`y=4 -x`

d

`y=2/3x-2`

e

`y= text(-)0,25 x^2+2`

f

`y= text(-)1/3x+8`

Opgave 5
a

Voer in: Y1=3X^2

b

Grafiek is niet mogelijk, er zijn te veel variabelen.

c

Grafiek is niet mogelijk omdat het een rekenregel is en er geen verband is tussen `a` en `b` .

d

`l=20/b`
Voer in:  Y1=20/X

Opgave 6
a

`BMI ~~24`

b

Voer in: Y1=20X^2
Venster bijvoorbeeld: `0 le x le 2,5` en `0 le y le 150`

c

Voer in: Y2=25x^2
Venster bijvoorbeeld: `0 le x le 2,5` en `0 le y le 150`

d

`64,8 ≤G≤81`

Opgave 7

`y=text(-)0,5x - 1`

Opgave 8
a

`3 x^2-6 xy`

b

`text(-)7 a-6`

c

`text(-)5p + 15p^2`

d

`10p^2 - 100p`

Opgave 9
a

`x^2+6 x+8`

b

`2 b^2+4 b-16`

c

`6 l+3/l+19`

d

`25 c^2-40 c+16`

Opgave 10
a

`1/3x+4`

b

Deze breuk kan niet geschreven worden als optelling van twee breuken.

c

`x/(x+6)+5/(x+6)`

d

`15+3/x`

Opgave 11
a

Verband tussen twee variabelen.
Voer in: Y1=X^3

b

Verband tussen twee variabelen.
Voer in: Y1=400-5X^2

c

Dit is geen verband tussen twee variabelen.

d

Dit is geen verband tussen twee variabelen.

Opgave 12
a

`y= text(-)0,5 x+2,5`

b

`y=2/3x+2`

c

`y=16x`

d

`y=4x`

Opgave 13
a

`text(-)2x^3-12x^2`

b

`text(-)x^2-8x`

c

`t^2+15 t-100`

d

`x^2 + x - 2`

e

`a^2-9`

f

`36x^2-36x+9`

Opgave 14
a

`100` meter

b

`l = 150 - b`

c

Voer in: Y1=150-X
Venster bijvoorbeeld: `0 le x le 200` en `0 le y le 200`

Opgave 15
a

cm3

b

`804` cm3

c

`V=16 πr^2`

d

Voer in: Y1=16πX^2
Venster bijvoorbeeld:  `0 le x le 12` en `0 le y le 1000`

e

`h=750/ (πr^2)` of `r=sqrt(750/(π*h))`

Opgave 16
a

`3000`  

b

`3400`

c

€ 200,00

d

`R=p*q=p*(4000 -20 p)=4000 p-20 p^2`

e

Voer in: Y1=4000X-20X^2
Bekijk de tabel. Pas eventueel de stapgrootte en de startwaarde aan.

f

`p=100`

Opgave 17
a

GR: Y1=8−X

b

Kan niet.

c

GR: Y1=50*X−2*X^2

Opgave 18
a

`2 p^2+p`

b

`text(-)2k^2-3k+20`

c

`b^2+10 b+25`

Opgave 19
a

`A=x^2`

b

`A=(x-3 )(x+3 )`

c

Het nieuwe land is `9` m2 kleiner dan het oorspronkelijke stuk land.

verder | terug