Formules > Formules gebruiken
123456Formules gebruiken

Verwerken

Opgave 10

Schrijf indien mogelijk de formules als optelling van twee breuken en vereenvoudig die breuken zo ver mogelijk.

a

b

c

d

Opgave 11

Teken met de grafische rekenmachine een grafiek bij elke formule die een verband beschrijft tussen twee variabelen.

a

inhoud kubus

b

c

d

Opgave 12

Schrijf de formules zo, dat een functie is van .

a

b

c

d

Opgave 13

Schrijf zonder haakjes.

a

b

c

d

e

f

Opgave 14

Een boer heeft een rechthoekig stuk land. De omtrek daarvan is m.

a

Wat is de lengte van het stuk land als de breedte m is?

b

Geef een formule waarbij je de lengte van het stuk land uitdrukt in de breedte .

c

Teken de grafiek van de bij b gevonden formule met de grafische rekenmachine.

Opgave 15

Voor de inhoud van een cilindervormig blikje geldt: . Hierin is de inhoud (het volume), de straal in centimeter en de hoogte in centimeter.

a

In welke eenheid moet worden uitgedrukt?

b

Hoeveel bedraagt de inhoud van een blikje met een diameter van mm en een hoogte van cm? Rond af op een geheel getal.

c

Welke formule geeft het verband tussen en voor blikjes met een hoogte van cm?

d

Plot de grafiek van de formule die je bij c hebt gevonden.

e

Van andere blikjes ligt de inhoud vast: L. Welk verband is er nu tussen en ?

verder | terug