Formules > Grafieken maken
123456Grafieken maken

Voorbeeld 1

Je kunt met windmolens elektriciteit opwekken. Het vermogen dat zo'n molen levert, hangt af van de dubbele wieklengte `D` in meter en van de windsnelheid `v` in meter per seconde. Het vermogen van een zeker type windmolen met `D=10` meter wordt gegeven door de formule: `P=0,052 *v^3` .

Met de grafische rekenmachine kun je hierbij een grafiek maken. Maak een goede grafiek.

> antwoord

Je voert de formule in als Y1=0.052*X^3. Maar wat zijn verstandige vensterinstellingen? Kijk allereerst naar de invoerwaarden, dus die voor de windsnelheid `v` . Negatieve windsnelheden bestaan niet, dus je begint bij `v=0` . Vervolgens kun je opzoeken dat stormkracht begint bij ongeveer `20,8` m/s. Dan zal men windmolens vast niet laten draaien. Dus lijkt maximaal `v=20` m/s wel genoeg en stel je voor het venster in: `0 le x le 20` . Bekijk vervolgens de tabel: `P` blijkt van `0` tot `416` te lopen, dus `0 le y le 416` . Nu kun je het venster goed instellen.

Opgave 2

Bekijk het voorbeeld.

a

Maak de grafiek van `P=0,052 v^3` met de grafische rekenmachine.

b

Bekijk hoe die grafiek eruitziet in de standaardinstellingen van het venster. Waarom zijn die standaardinstellingen niet geschikt in dit geval?

Opgave 3

Met het Practicum: Functies met de GR leer je in het stukje "Functiewaarden, nulpunten en toppen" hoe je snijpunten met de assen en toppen van een functie kunt bepalen. Neem de formule `y=text(-)0,1 *x^2+2 x` .

a

Maak hierbij een grafiek op de grafische rekenmachine. Gebruik de standaardinstellingen van het venster.

b

Is de grafiek een rechte lijn?

c

Verander de instellingen van het venster. Neem `text(-)5 le x le 25` . Waarom zijn deze instellingen beter?

d

Bepaal de snijpunten van de grafiek met de `x` -as. Bekijk in het practicum hoe dat moet.

e

Bepaal de top van de grafiek.

verder | terug