Formules > Ongelijkheden
123456Ongelijkheden

Verwerken

Opgave 7

Los de ongelijkheden algebraïsch op.

a

b

c

Opgave 8

Los de ongelijkheden algebraïsch op.

a

b

c

Opgave 9

Los deze ongelijkheid met de grafische rekenmachine op: .

Opgave 10

Je ziet op veel plaatsen windmolens om elektriciteit op te wekken. Het vermogen dat deze molen levert, hangt af van de wieklengte en van de windsnelheid . Stel, het vermogen van een windmolen wordt gegeven door: . Hierin is het (gemiddelde) vermogen in kW (kilowatt), de (gemiddelde) windsnelheid in m/s en de diameter van de cirkel die de uiterste punt van een wiek maakt bij het draaien is meter. Bereken vanaf welke windsnelheid het vermogen van de windmolen meer dan kW bedraagt. Rond je antwoord af op één decimaal.

Opgave 11

Stel, je hebt op 1 januari 2014 een auto gekocht en betaalt € 5,00 per dag. Daarnaast heb je onderhoudskosten van eurocent per gereden kilometer. Je hebt ten slotte nog benzinekosten. Je kunt met een liter benzine km rijden en een liter benzine kost € 1,50.

a

Hoeveel eurocent per kilometer ben je kwijt aan benzine en onderhoud samen?

b

Hoeveel kost je deze auto per jaar als je er km mee rijdt?

c

Stel een ongelijkheid op bij de vraag: hoeveel kilometer per jaar mag je maximaal met deze auto rijden als je minder dan € 4000,00 kwijt wilt zijn dat jaar? Los daarna die ongelijkheid algebraïsch op.

d

Eigenlijk geldt het onderhoudsabonnement van eurocent per gereden kilometer pas vanaf km/jaar. Rijd je minder, dan betaal je alsof je km/jaar rijdt. Stel een formule op voor de jaarlijkse kosten als functie van het aantal gereden kilometers.

Opgave 12

Twee auto’s rijden op de A1, beide met een (ongeveer) constante snelheid. Bestuurder A houdt een snelheid van km/h aan. Bestuurder B rijdt met km/h. Als bestuurder B bij de IJsselbrug bij Deventer komt, ligt hij km achter op bestuurder A. Het tijdstip waarop dat gebeurt, is . De afstand (in kilometer) tot Deventer wordt steeds groter en wordt voorgesteld door .

a

Stel bij beide auto’s een formule voor als functie van op.

b

Bereken na hoeveel minuten auto A door B wordt ingehaald.

c

Bereken algebraïsch na hoeveel tijd auto B precies km voor ligt op A.

verder | terug