Formules > Meerdere variabelen
123456Meerdere variabelen

Testen

Opgave 15

Bij de verkoop van een bepaald artikel gelden de formules `TO=p*q` en `q=200 -0,5 p` , waarin `TO` de totale maandelijkse opbrengst bij de verkoop van dat artikel is. `p` is de prijs (in euro) en `q` is de verkochte hoeveelheid per maand.

a

Combineer deze twee formules tot een formule voor `TO` als functie van `q` .

b

Voor de maandelijkse winst `TW` geldt: `TW=TO-TK` , waarin `TK=40 q+9000` de totale maandelijkse kosten voor dit artikel zijn. Stel een formule op voor `TW` .

c

Bij welke verkoopcijfers wordt winst gemaakt?

Opgave 16

Het subsidiebedrag `B` dat een sportclub jaarlijks ontvangt, hangt af van het aantal seniorleden `s` en het aantal junioren `j` . Er geldt: `B=1000 +10 j+5 s` .

a

Hoeveel subsidie krijgt een sportclub met `60` junioren en `115` senioren?

b

Maak op roosterpapier bij deze formule een grafiekenbundel met `B=1000` , `B=1500` , `B=2000` en `B=2500` .

c

In een bepaald jaar ontvangt men een subsidie van € 1600,00. Er zijn dat jaar `80` senioren. Geef in je grafiek aan hoeveel junioren de club dat jaar heeft. Bereken dit aantal met de formule.

d

Al jarenlang ontvangt men een subsidie van tussen de € 1500,00 en de € 1800,00. Geef in je grafiek het bijbehorende gebied aan.

e

Het aantal seniorleden blijft ook al jaren constant, ongeveer tachtig personen. Tussen welke aantallen heeft het aantal juniorleden dan gevarieerd? Geef dit in de figuur aan.

Opgave 17

De prijzen van een pretpark zijn € 12,00 per volwassene en € 6,00 per kind.

a

Een gezin met vader, moeder en drie kinderen gaat naar het pretpark. Wat zijn de kosten voor de entree?

b

Maak een formule en druk de prijs `P` uit in het aantal volwassenen `v` en kinderen `k` .

c

Teken de bundelgrafiek voor het aantal volwassenen `2, 4, 6, 8, 10` .

d

Een basisschool gaat op schoolreis naar het pretpark. Per vier leerlingen is er één ouder mee. Leg uit dat geldt `v=4k` en druk de prijs `P` uit in aantal kinderen `k` .

e

Leg aan de hand van de grafiek uit hoe je kunt zien dat de prijs voor twee volwassenen en zes kinderen hetzelfde is als de prijs voor vier volwassenen en twee kinderen.

verder | terug