Lineaire verbanden > Lineaire formules
123456Lineaire formules

Testen

Opgave 13

Teken grafieken bij de lineaire verbanden.

a

`y = text(-)1/3 x + 7`

b

`y = 2 x - 3`

Opgave 14

Een waterleidingbedrijf vraagt naast een bedrag van € 0,08 per kubieke meter (m3) water een vast bedrag van € 40,00 per jaar aan haar klanten.

a

Maak een tabel voor het verband tussen het aantal verbruikte m3 water `w` en het te betalen bedrag `p` . Teken de grafiek van `p` als functie van `w` .

b

Wat betaalt iemand die geen water gebruikt per jaar? Waar vind je dit terug in de grafiek?

c

Geef de formule voor het verband tussen `p` en `w` .

d

Wat verandert er aan de grafiek en aan de formule als het vaste bedrag wordt verhoogd tot € 50,00?

Opgave 15

Gegeven is het lineaire verband: `y = 4 x + 10` .

a

Bereken de snijpunten van de grafiek van dit verband met de `x` -as en de `y` -as.

b

De grafiek van dit verband wordt drie eenheden in de `y` -richting omlaag geschoven.

Welke formule hoort bij de nieuwe grafiek die daardoor ontstaat?

c

De grafiek van een andere lineaire functie gaat door de punten `(0, 10)` en `(10, 15)` .

Welke formule past bij deze grafiek?

verder | terug