Lineaire verbanden > Ongelijkheden en gebieden
123456Ongelijkheden en gebieden

Testen

Opgave 18

Teken in een assenstelsel het gebied dat voldoet aan de lineaire ongelijkheden: `x + 5 y ≤ 15` ; `0 ≤ x ≤ 5` en `y ≥ 0` .

Opgave 19

In een bak zitten `1000` pakjes. In een aantal van die pakjes zit een cadeautje ter waarde van € 9,00; in de overige pakjes zit een cadeautje ter waarde van € 1,00. Het totale bedrag aan cadeautjes is € 3000,00. Je wilt berekenen hoeveel pakjes met een cadeautje van € 9,00 er in de bak zitten. Je noemt het aantal pakjes met een cadeautje van € 9,00 `x` en het aantal andere pakjes `y` .

a

Aan welke twee formules moeten `x` en `y` voldoen?

b

Bereken de waarden `x` en `y` die aan beide formules voldoen.

Opgave 20

Een winkelier wil twee nieuwe merken waspoeder aan zijn klanten aanbieden. Beide merken zitten in dozen van vijf kilogram verpakt. Beide soorten dozen hebben dezelfde afmetingen. De winkelier heeft elke dag ruimte voor hoogstens vijftig van deze dozen waspoeder en hij wil in elk geval vijftien dozen van beide merken hebben staan aan het begin van de dag. Hij vult zijn schap met deze waspoeders uitsluitend aan het begin van elke dag bij. Merk A kost € 4,50 per doos, merk B kost € 5,25 per doos. `a` is het aantal dozen van merk A en `b` dat van merk B.

a

Welke ongelijkheden gelden voor `a` en `b` ?

b

Geef in een assenstelsel alle mogelijke combinaties `(a, b)` weer.

Op een zekere dag heeft de winkelier voor precies € 183,00 aan dozen waspoeder van die twee merken verkocht.

c

Welke vergelijking in `a` en `b` hoort hierbij?

d

Hoeveel dozen waspoeder van merk A heeft de winkelier die dag verkocht?

verder | terug