Veranderingen > Totaalbeeld
1234Totaalbeeld

Antwoorden van de opgaven

Opgave 1
a

toenemende daling

b

`(Δ y) / (Δ x)=text(-)11`
Dit betekent dat de helling op het interval `[0,1 ]` gelijk is aan `text(-)11` .

c

dalend

Opgave 2
a

In het jaar 2010 is het aantal inwoners met 5600 toegenomen.

b

In 2014 is het aantal inwoners afgenomen.

c
d

3160 inwoners per jaar.

Opgave 3
a

Op `100` meter hoogte.

b
c

De gemiddelde snelheid van de vuurpijl over de eerste `6` seconden is `30` m/s.

Opgave 4
a

`2,5` °C per uur

b

Nee, de grafiek is tussen 4:00 en 10:00 uur stijgend, maar bijvoorbeeld van 11:00 tot 12:00 uur dalend.

c

`(ΔT_A) / (Δt) = text(-)2,125` °C per uur

`(ΔT_L) / (Δt) =text(-)0,75` °C per uur

`(ΔT_W) / (Δt) =0,0625` °C per uur

d

`T_A` om ongeveer 8:00 uur, `T_L` om ongeveer 8:00 uur en `T_W` om ongeveer 14:00 uur.

Opgave 5
a

Lees uit de grafiek af dat de hagedis actief is tussen ongeveer 7:30 uur en 8:00 uur 's morgens en tussen 18:00 uur en 18:30 uur 's avonds. Dus in totaal ongeveer `1` uur.

b

`9` °C/h

c
d

Het grootste verschil is rond 12:00 uur.

naar: examen 1996 - II

Opgave 6Suikerbieten
Suikerbieten
a

`23 2/3*100` euro

b

GR: Y1=-(1/3)X^3+6X^2 en Y2=Y1(X)−Y1(X−1)
De boer zal `7` bietenwieders in dienst nemen.

c

De 6e en de 7e bietenwieder hebben de hoogste meeropbrengst en brengen dus het meeste binnen tegen dezelfde loonkosten.

Opgave 7Viskweker
Viskweker
a

Zie figuur.

b

In het vijfde jaar is de toename van het aantal kg vis het grootst ( `20000` kg).
Als de viskweker `5`  jaar wacht is er `60000`  kg vis en hij kan dan jaarlijks `20000` kg vis vangen, precies de toename in dat vijfde jaar. Zo houdt hij steeds tussen de `40000` en de `60000`  kg vis.

(bron: examen wiskunde A vwo 1989, eerste tijdvak)

Opgave 8Schoon drinkwater
Schoon drinkwater
a

In 1975: `T≈1540` mld liter per dag en `B≈215` miljoen.
Per inwoner gemiddeld ongeveer `7163` liter per dag, dus per jaar `365 *7163 ≈2600000` liter per inwoner.

b

In 1950: `625/700*100 ≈89,3` %.
In 1980: `1525/1680*100 ≈90,8` % (het getal `1525` vind je door bij de hoeveelheid in 1950 alle toenames op te tellen)

c

Tussen `1525 +6 *110 =2185` en `1525 +6 *200 =2725` mld liter per dag.

(bron: examen wiskunde A havo 1993, eerste tijdvak)

verder | terug