Werken met data >

Testen

Opgave 1

Dit beelddiagram geeft informatie over het gemiddelde aantal geboorten en de sterften in Duitsland per vier jaar, in de periode 1911 - 1926.

a

Waaraan herken je de periode van de Eerste Wereldoorlog?

b

Hoeveel bedroeg het geboorteoverschot in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog?

c

Hoeveel bedroeg het geboorteoverschot in de jaren na de Eerste Wereldoorlog?

Opgave 2

Bekijk de infographic.

a

Welke soorten diagrammen tref je in deze infographic aan?

b

Waarom is het kaartje eigenlijk geen kaartdiagram maar een legenda?

c

Hoeveel procent van de totale bewezen olievoorraad zit in het Midden-Oosten? Waarom wordt er gesproken over de "bewezen" olievoorraad?

d

Bekijk de verticale schaal van het lijndiagram. Wat is daar merkwaardig aan?

e

Wat was er aan de hand tijdens de eerste en de tweede oliecrisis?

f

Welke gevolgen had dit?

g

Wat probeert men met het diagram weer te geven?

Opgave 3

Je ziet een overzicht van het aantal kilometers autowegen (80 km/h) van diverse landen.

bron: Wikipedia
a

Welke data van landen heb je nodig om de getallen in de derde kolom, lengte van de autowegen per bewoner, te kunnen berekenen?

b

Welke data van landen heb je nodig om de getallen in de vierde kolom te kunnen berekenen?

c

Wat betekenen de getallen 139,01 en 54,76 die bij Nederland staan?

d

Welk argument zullen voorstanders van de aanleg van autowegen gebruiken om een weg aan te leggen?

e

En welk argument zouden tegenstanders kunnen gebruiken om het te voorkomen?

f

Welke gegevens zou je nog willen hebben om te kunnen beoordelen of er genoeg autowegen zijn?

Opgave 4

Er wordt veel onderzoek gedaan naar gebruik van media. In een publicatie van zo'n onderzoek zie je de volgende figuur.

a

Welke statistische variabelen worden hier met elkaar vergeleken?

b

Zijn het kwalitatieve of kwantitatieve variabelen?

c

Hoeveel zinvolle staafdiagrammen kun je uit deze grafiek afleiden?

d

Van welk diagram kun je een zinvol lijndiagram maken?

e

De absolute gegevens van de leeftijdgroep 65+ worden omgerekend naar relatieve gegevens: % kijkt naar tv, % kijkt naar pc of laptop, en % kijkt naar overige apparaten. Wat wordt er vergeten?

f

Wat zijn de relatieve gegevens van de doelgroep(en) waartoe jij behoort?

Opgave 5

Bekijk het staafdiagram wat is gemaakt naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen.

a

Welke statistische variabelen worden hier vergeleken?

b

Lees de getallen van de VVD af en leg ze uit.

c

Vergelijk D66 en VVD. Welke partij is naar verhouding succesvoller geweest met het aantal wethouders?

d

In de krant staat: "GroenLinks is verhoudingsgewijs net zo efficiënt: bijna vijf keer zo veel Nederlanders krijgen een GroenLinks-wethouder dan er op die partij hebben gestemd."

Hoe komt men aan die vijf?

e

Wat is er mis met deze redenering?

f

Welke kritische opmerkingen kun je maken bij de vergelijking die het staafdiagram maakt?

verder | terug