Data verwerken > Centrum en spreiding
12345Centrum en spreiding

Verkennen

Opgave V1

Bekijk de dotplots.

a

Waar zou je bij beide deelgroepen het midden van de frequentieverdeling plaatsen? Licht je antwoord toe.

b

De mediaan is de lengte die op de helft van de verdeling zit, dus waar `50` % van de lengtes onder zit (en dus ook `50` % erboven). Bepaal de mediaan van de lengtes van de meisjes. Doe dat ook bij de jongens.

c

Bij welke deelgroep zijn de gegevens het meest verspreid? Licht je antwoord toe.

d

Laat bij de dotplot van de meisjes de twee grootste scores weg. Maakt dat veel verschil voor de mediaan? En voor de spreiding van de verdeling?

e

Beantwoord dezelfde vragen als bij d voor de jongens.

f

Bereken voor de lengte van de jongens de spreidingsbreedte. En voor de meisjes.

g

De beide spreidingsbreedten verschillen nauwelijks. Vind je dat de spreiding van de lengtes van de jongens en de meisjes vrijwel even groot is?

Je kunt een dataset in groepen van `25` % verdelen, dus vier kwarten met even veel data. Deze groepen hebben de volgende vijf grenzen: het minimum, het eerste kwartiel `Q_1` , de mediaan, het derde kwartiel `Q_3` en het maximum.

h

Welke lengtes hebben de `25` % kleinste jongens?

i

Laat met een berekening zien dat `25` % van de langste meisjes inderdaad de lengtes `173` tot en met `197` cm heeft.

j

Bepaal nu zowel voor de jongens als voor de meisjes uit de dotplots de grenzen van de vier kwarten. Verwerk dit in een schets.

verder | terug