Statistisch onderzoek > Vuistregels
12345Vuistregels

Voorbeeld 2

In de applet zie je een normale verdeling van de lengte van Nederlandse soldaten met `mu =182` en `sigma = 7` . De oppervlakte van de normale verdeling kun je aanpassen door de lengtes van de grenzen met de schuifbalkjes aan te passen. De (gele) oppervlakte onder de normaalkromme is `P` . `P` is het percentage soldaten dat tussen de twee ingestelde grenzen in ligt. 

Bereken het percentage van deze soldaten met een lengte van meer dan `189` cm.

> antwoord

De eerste vuistregel zegt dat `68` % van de soldaten een lengte heeft in het interval `[mu - sigma, mu + sigma] = [175, 189]` .

Dit betekent dat een percentage van `100 - 68 = 32` % daar buiten ligt.

Boven de `189` cm zit dus `16` % van deze soldaten.

Opgave 7

Bekijk het voorbeeld.

a

Stel de drie vuistregels in met de applet en kijk of de percentages kloppen.

b

Je wilt weten hoeveel procent van de soldaten langer is dan `195` cm. Waarom kun je dit niet met de vuistregels beantwoorden?

c

Bepaal het percentage van b met de applet.

d

Bepaal met de applet hoeveel procent van de soldaten langer is dan `170` cm en kleiner dan `195` cm.

Opgave 8

De gemiddelde lengte van vrouwen is bij benadering normaal verdeeld. In `2010` was de gemiddelde lengte van de vrouwen in Nederland `170` cm met een standaardafwijking van `6,5` cm.

a

Schets hierbij een normale verdeling  met de grenzen die horen bij de vuistregels.

b

Schrijf drie uitspraken op over de lengte van vrouwen in 2010 gebaseerd op de vuistregels.

verder | terug