Statistisch onderzoek > Vuistregels
12345Vuistregels

Verkennen

Opgave V1

Je ziet een staafdiagram van de lengtes van `5001` vrouwen uit de dataset Statistiek Bijenkorf 1947.

Die verdeling heeft een vrijwel zuivere "klokvorm" . Je noemt dit een normale verdeling, elke normale verdeling heeft zo'n klokvorm. De gemiddelde lengte `bar L ~~ 162` cm en de standaardafwijking `sigma (L) ~~ 6,5` cm zijn in de figuur aangegeven.

Beide getallen leggen de normale verdeling volledig vast, ze zijn karakteristiek voor deze normale verdeling. De standaardafwijking geef je aan met een Griekse letter s, de "sigma" in `sigma(L)` . Voor het gemiddelde gebruik je ook wel een Griekse letter m, de "mu" in `mu(L)` . Op grond van alleen het gemiddelde en de standaardafwijking kan elke normale verdeling worden getekend.

a

Welke lengtes horen bij het interval `mu - 3sigma, mu + 3sigma` ?

b

Ga na dat bijna `100` % van de lengtes van deze vrouwen binnen dat interval vallen.

c

Hoeveel procent van de lengtes valt binnen het interval `[mu - sigma, mu + sigma]` ?

verder | terug