Statistisch onderzoek > Vuistregels
12345Vuistregels

Theorie

Deze vuistregels gelden voor alle normale verdelingen:

  • Ongeveer `68` % van alle waarden van `X` ligt tussen `mu-sigma` en `mu+sigma` . De buigpunten van de normale verdeling liggen ook op deze afstand van `mu` .

  • Ongeveer `95` % van alle waarden van `X`  ligt tussen `mu- 2*sigma`  en `mu + 2*sigma` .

  • Nagenoeg `100` % van alle waarden van `X`  ligt tussen `mu- 3*sigma`  en `mu + 3*sigma` .

Er zijn veel statistische variabelen die niet normaal verdeeld zijn. De gegevens van een representatieve steekproef van zo'n populatie zijn dan ook NIET normaal verdeeld, want een representatieve steekproef heeft dezelfde verdeling als de populatie.

Van een wel of niet normaal verdeelde steekproef kun je bijvoorbeeld het gemiddelde of een percentage uitrekenen. Er blijkt iets bijzonders te gebeuren als je dit met veel steekproeven doet: De verdeling van gemiddeldes of percentages van steekproeven lijkt steeds meer op een normale verdeling als het aantal steekproeven groter wordt. Dit heet een steekproevenverdeling. Bekijk de applet in het practicum.

In de praktijk zijn minstens `50` steekproeven nodig voordat de steekproevenverdeling op een normale verdeling gaat lijken.

verder | terug