Conclusies trekken > Soorten variabelen
123456Soorten variabelen

Verwerken

Opgave 6

Geef van de variabelen aan of ze kwalitatief of kwantitatief, nominaal of ordinaal en discreet of continu zijn.

a

geluksgevoel

b

het gewicht van sinaasappels, gemeten in grammen

c

voorkeur voor een automerk

d

de sterkte van een aardbeving, gemeten volgens de schaal van Richter

Opgave 7

Leg uit waarom ...

a

de variabele "politieke partij waarop iemand stemt" een kwalitatieve nominale variabele is.

b

de variabele "schoenmaat" een kwantitatieve discrete variabele is.

Opgave 8

De kwaliteit van de schoonmaak van een school kan worden beschreven met variabelen. Geef vier variabelen, elk van een andere soort, om schoonmaakwerk te beschrijven.

Opgave 9

Drie veelgebruikte centrummaten zijn: gemiddelde, mediaan en modus. Geef van de volgende variabelen aan welke centrummaten voor die variabele bruikbaar zijn.

a

telefoonnummers in een adressenlijst

b

mate van tevredenheid

c

aantal kinderen in een gezin

d

buitentemperatuur

e

Hoe zit het bij buitentemperatuur, als de metingen ingedeeld zijn in klassen?

Opgave 10

Spreidingsmaten zijn bijvoorbeeld: interkwartielafstand en standaardafwijking.

a

Zijn deze maten bruikbaar bij nominale kwalitatieve variabelen, ja of nee?

b

Zijn deze maten bruikbaar bij discrete kwantitatieve variabelen, ja of nee?

Opgave 11

Er zijn verschillende (soorten) diagrammen, zoals:

  • dotplot

  • cirkeldiagram

  • steelbladdiagram

  • cumulatief frequentiepolygoon

Geef bij de volgende soorten variabelen aan in welke van deze diagrammen de variabele kan worden weergegeven. Geef ook aan waarom de andere diagrammen niet kunnen.

a

continue kwantitatieve variabele

b

continue kwantitatieve variabele (met klassenindeling)

c

nominale kwalitatieve variabele

d

ordinale kwalitatieve variabele

Opgave 12

Sommige kwantitatieve variabelen zijn "ratio-variabelen" . Er geldt dan: een twee keer zo grote waarde van de variabele betekent altijd een twee keer zo grote hoeveelheid (soms van een andere variabele). Ook geldt: ratio-variabelen hebben een nulpunt en geen negatieve waarden.

Voorbeelden van ratio-variabelen zijn gewicht, leeftijd, lengte en afstand.

Voorbeelden van niet-ratio-variabelen zijn:

  • Intelligentiequotiënt (IQ), want dit is wel kwantitatief, maar er geldt niet: iemand met IQ `110` is `1,1` keer zo intelligent als iemand met IQ `100` .

  • Temperatuur in graden Celcius, want deze kan negatief zijn.

  • Tevredenheid, want dit is geen kwantitatieve variabele.

a

Geef van de volgende variabelen aan of ze ratio-variabelen zijn. Als ze dat niet zijn, geef dan aan waarom niet:

  • temperatuur in Kelvin;

  • geluksgevoel op een schaal van `1` tot `10` ;

  • aantal goed beantwoorde meerkeuzevragen;

  • percentage deelnemers.

b

"Voorkeur voor een politieke partij" is een nominale variabele: je kunt de waarden niet zinnig sorteren.

"Mate van teleurstelling" is een ordinale variabele: de waarden kunnen worden gesorteerd.

"IQ" is een kwantitatieve variabele: verschillen tussen waarden van die variabele kunnen worden berekend.

Welke extra mogelijkheid hebben ratio-variabelen om ermee te rekenen?

verder | terug