Lineaire verbanden > Lineaire verbanden
12345Lineaire verbanden

Verwerken

Opgave 9

Teken de grafieken van de volgende lineaire vergelijkingen en bepaal als dat mogelijk is de richtingscoëfficiënt.

a

b

c

d

e

f

Opgave 10

Gegeven zijn de lijnen : en : .

a

Bereken van beide lijnen algebraïsch de snijpunten met de coördinaatassen.

b

Breng beide lijnen op de grafische rekenmachine in beeld.

c

Bepaal de coördinaten van hun snijpunt in twee decimalen nauwkeurig.

Opgave 11

Stel je voor dat je een groep van personen van drinken wilt voorzien. Je koopt daarvoor literpakken appelsap en sinaasappelsap. Je hebt pakken nodig. Appelsap kost € 0,90 per literpak en sinaasappelsap € 1,05 per literpak. Noem het aantal pakken appelsap en het aantal pakken sinaasappelsap . Aan de kassa moet je € 90,00 betalen.

a

Aan welke twee vergelijkingen moeten deze variabelen voldoen?

b

Plot de bijbehorende grafieken.

c

Bepaal hoeveel pakken appelsap en sinaasappelsap je hebt gekocht.

Opgave 12

Gegeven zijn de lijnen:


a

Bepaal algebraïsch het snijpunt van de lijnen en . Geef je antwoord als coördinaat en rond af op twee decimalen.

b

Bepaal algebraïsch het snijpunt van de lijnen , en met de -as. Geef je antwoord als coördinaat.

Opgave 13

Gegeven zijn de lijnen en .

a

Voor welke zijn de lijnen evenwijdig?

b

Voor welke ligt het snijpunt van de lijnen op de -as?

c

Voor welke en snijden de lijnen elkaar in het punt ?

verder | terug