Periodieke functies > Radialen
1234567Radialen

Verkennen

Opgave V1

In de figuur is een kwart cirkel getekend, waarvan de straal 1 is.

De hele cirkel is in 360° verdeeld, hoeken heb je tot nu toe in graden uitgedrukt.

a

Hoe lang is de getekende cirkelboog? Leg uit waarom 30° overeenkomt met een booglengte van 1 6 π.

Als je de grootte van een hoek door zijn booglengte in een cirkel met straal 1 beschrijft, krijg je hoeken in radialen. Dus 30° komt overeen met 1 6 π radialen.

b

Waarom is het van belang dat de cirkel waarin je de booglengte uitrekent een straal van 1 heeft?

c

Reken om van graden naar radialen: 60°, 90°, 180°, 50°.

verder | terug