Periodieke functies > Sinus- en cosinusfuncties
1234567Sinus- en cosinusfuncties

Voorbeeld 3

Hoe ontstaat door transformaties de grafiek van `f(x)=2cos(x-pi)+1` uit de standaardgrafiek van `y=cos(x)` ?

> antwoord

De grafiek van `f` ontstaat uit de grafiek van `y=cos(x)` door achtereenvolgens:

  • Translatie ten opzichte van de `y` -as met `pi` .

  • Vermenigvuldiging ten opzichte van de `x` -as met `2` .

  • Translatie ten opzichte van de `x` -as met `1` .

Opgave 14

Hoe ontstaat door transformaties de grafiek van `f(x)=0,5cos(x+0,25pi)-3` uit de grafiek van `y=cos(x)` ?

Opgave 15

De grafiek van `y=cos(x)` kun je zien als een translatie van de grafiek van `y=sin(x)` .
Hoe ontstaat de grafiek van `f(x)=3sin(x)-4` uit de grafiek van `y=cos(x)` ?

Opgave 16

Gegeven is de functie: `f(x)=text(-)2sin(x-1)+4`

a

Hoe ontstaat door transformaties de grafiek van `f` uit die van `y=sin(x)` ?

b

Wat is het maximum van `f` ?

c

Wat is het minimum van `f` ?

verder | terug