Periodieke functies > Sinusoïden
1234567Sinusoïden

Inleiding

Je hebt leren werken met de functies `y=sin(x)` en `y=cos(x)` (met `x` in radialen). Als je op deze functies transformaties toepast, krijg je andere periodes en kunnen de grafieken om een andere lijn dan de `x` -as gaan slingeren met een andere uitwijking. Dat is belangrijk omdat de sinusfunctie en de cosinusfunctie dan kunnen worden gebruikt om periodieke verschijnselen meer in het algemeen te beschrijven. Functies die door transformatie ontstaan uit `y=sin(x)` noem je sinusoïden.

Je leert in dit onderwerp:

  • de grafieken van `y=a*sin(b(x+c))+d` en `y=a*cos(b(x+c))+d` tekenen;

  • de vergelijkingen `a*sin(b(x+c))+d=p` en `a*cos(b(x+c))+d=q` oplossen.

Voorkennis:

  • de grafieken van `y=sin(x)` en `y=cos(x)` tekenen met `x` in radialen;

  • de vergelijkingen `sin(x)=c` en `cos(x)=c` oplossen als `c` een constante is.

  • transformaties op functies toepassen.

verder | terug