Periodieke functies > Sinusoïden
1234567Sinusoïden

Testen

Opgave 18

Bepaal van de functies de periode, de amplitude, de evenwichtslijn en de horizontale translatie ten opzichte van `y=sin(x)` .

a

`y=4 sin(4 pi x)`

b

`y=6 +2 cos(x+8 )`

c

`y=0,5 sin(0,5 pi (x-3))`

Opgave 19

De grafiek in de figuur geeft globaal de getijdebeweging van het zeewater voor de haven van Vlissingen weer. Er wordt geen rekening gehouden met de invloed van de wind, met springtij, en dergelijke.

a

Hoe hoog is de gemiddelde waterstand volgens deze grafiek?

b

Hoe groot is de maximale afwijking van de waterstand ten opzichte van het gemiddelde?

c

Hoe groot is de periode van de getijdebeweging?

Een benadering van de getijdenbeweging wordt gegeven door de formule:

`y=8 +190 cos( (2 pi) /(12,25)*t)` met `t` in uren t.o.v. middernacht op 21 juni 2008 en `y` in cm ten opzichte van het NAP.

d

Vergelijk de grafiek van deze functie met de grafiek in de figuur hierboven. Vind je dat de formule een goed beeld geeft van de getijdenbeweging?

e

Hoe groot is volgens de formule de periode en de amplitude?

f

Hoeveel uur per periode is de waterstand hoger dan `180` cm?

verder | terug