Vectoren en goniometrie > Sinus, cosinus en tangens
12345Sinus, cosinus en tangens

Voorbeeld 2

Een schip vaart `40` km met een koers van `115` ° ten opzichte van het noorden. Kompaskoersen worden altijd rechtsom gemeten.

Hoeveel heeft het schip zich in noordelijke of zuidelijke richting verplaatst? Gebruik een tekening op schaal om eerst een schatting te meten.

> antwoord

Aan de tekening is te zien dat het schip zich in zuidelijke (en oostelijke) richting heeft verplaatst. Dat klopt ook, want de component in zuidelijke richting van de koersvector is: `v_c =40 cos(115)≈text(-)16,9` km.

Het schip heeft zich `16,9` km naar het zuiden verplaatst.

Opgave 9

Bekijk het voorbeeld. Een schip vaart `80` km met een koers van `215` ° ten opzichte van het noorden. Hoeveel heeft het schip zich in noordelijke of zuidelijke richting verplaatst? En hoeveel in de oostelijke of de westelijke richting? Gebruik een tekening op schaal om eerst een schatting te meten. Geef je antwoorden in één decimaal nauwkeurig.

verder | terug