Hoeken en afstanden > Raaklijnen en hoeken
123456Raaklijnen en hoeken

Verwerken

Opgave 9

De lijn snijdt de cirkel .
Bereken de hoek die en met elkaar maken.

Opgave 10

Gegeven de cirkel .

a

Bereken de hoek waaronder de -as snijdt in graden nauwkeurig.

b

Bereken de hoek waaronder de lijn snijdt in graden op één decimaal nauwkeurig.

Opgave 11

Bereken de hoek waaronder een cirkel met straal en middelpunt een andere cirkel met middelpunt en straal snijdt, in één decimaal nauwkeurig.

Opgave 12

Lijn raakt de cirkel in het punt . De punten en liggen op cirkel . Toon aan dat de hoek tussen en lijn even groot is als van .

Opgave 13

Het punt ligt buiten de cirkel . Er zijn twee raaklijnen te tekenen vanuit aan cirkel . De bijbehorende raakpunten zijn en .

a

is het middelpunt van . Bereken .

b

De lengtes van de stralen en zijn bekend. Bereken en .

c

De punten en liggen op een cirkel met middelpunt en straal . Stel een vergelijking van die cirkel op.

d

Bereken de coördinaten van de snijpunten en van en .

e

Stel de vergelijkingen op van de twee raaklijnen aan die door gaan.

Opgave 14

Een cirkel snijdt de -as onder een hoek van in de punten en .
Bereken het middelpunt en de straal van deze cirkel als het middelpunt boven de -as ligt.

verder | terug