Hoeken en afstanden > Totaalbeeld
123456Totaalbeeld

Antwoorden van de opgaven

Opgave 1
a

M 1 ( 6,0 ) en r 1 = 26

b

( 1,1 ) en ( 5,5 )

c

26 8

d

ongeveer 29,7

e

3 x + y = 4 en x + 3 y = 12

f

Q ( 32,0 )

g

-

Opgave 2

Twee mogelijkheden: ( x + 1 ) 2 + y 2 = 20 of ( x + 9 ) 2 + y 2 = 20 . Hint: Begin met M ( a ,0 ) en stel daarmee de vergelijking van de cirkel door P op. Daarop moeten ( a 2,4 ) en ( a + 2,4 ) liggen...

Opgave 3
a

-

b

x 2 + ( y m ) 2 = 144

c

y = 1.5 x en y = 1.5 x

d

Lijn door M en loodrecht y = 1.5 x snijden met y = 1.5 x geeft een raakpunt ( 6 1 3 m ,9 1 3 m ) . Dit invullen in antwoord bij b). De bol komt tot `3,58` cm onder de rand van de kegel.

e

Met gelijkvormigheid.

Opgave 4
a

-

b

-

Opgave 5
a

-

b

-

c

-

d

-

bron: herexamen wiskunde B1,2 in 2000

Opgave 6
a

-

b

-

c

-

d

-

e

-

bron: herexamen wiskunde B1,2 in 2002

Opgave 7
a

-

b

-

c

-

d

-

Opgave 8Formule voor de afstand van een punt tot een lijn
Formule voor de afstand van een punt tot een lijn
a

x 2 + y 2 = r 2

b

`1,25`

c

O A B is gelijkvormig met C O A

d

-

e

1.25

Opgave 9Macht van een punt ten opzichte van een cirkel
Macht van een punt ten opzichte van een cirkel
a

R ( 3 2 , 3 2 )

b

Neem bijvoorbeeld a = 0.2

c

-

d

Nee, nu is | M P | altijd `2` keer zo groot als de straal van de cirkel.

Opgave 10Omgeschreven cirkel
Omgeschreven cirkel

r = 1 4 a 3

Opgave 11Bissectrice
Bissectrice
a

y 0,62 x

b

-

verder | terug