Kansen en tellen > Experimenteren
123456Experimenteren

Testen

Opgave 15

Bij een bepaald spel horen twee viervlaksdobbelstenen waarop de getallen tot en met staan.

a

Stel je voor dat je er niet zeker van bent dat bij deze dobbelstenen elk vlakje een even grote kans heeft om boven te komen. Hoe kun je jezelf ervan overtuigen dat dit toch het geval is?

b

Waarom kun je vraag a niet beantwoorden met een simulatie met de grafische rekenmachine?

c

Neem aan, dat de dobbelsteen eerlijk is. Simuleer nu met behulp van je grafische rekenmachine worpen met deze dobbelsteen. Maak een staafdiagram van de uitkomst.

d

Hoe groot is de experimentele kans op in totaal vier ogen?

Opgave 16

Dit histogram laat de relatieve frequenties zien van de lichaamslengtes van soldaten. Een fabrikant van legertruien gaat ervan uit dat deze relatieve frequenties opgaan voor alle soldaten in Nederland. Hij maakt truien in drie maten:

  • S (small) voor soldaten tot cm.

  • M (medium) voor soldaten van cm tot cm.

  • L (large) voor soldaten vanaf cm.

a

Een soldaat krijgt een nieuwe trui. Hoe groot is de kans dat hij een trui van maat S moet hebben? Geef je antwoord in procenten.

b

Bereken ook voor de andere twee maten de kans (in procenten) dat een trui van die maat nodig is.

c

De commandant van een legerplaats bestelt truien. Hoeveel van elke maat kan hij het beste kopen?

Opgave 17

Bij een onderzoek naar linkshandigheid is bij mensen gevraagd naar hun voorkeurshand. De resultaten vind je in de tabel in percentages. Ga ervan uit, dat deze gegevens maatgevend zijn voor alle Nederlanders.

  linkshandig rechtshandig
man 11,8 88,2
vrouw 9,6 90,4
a

Je komt op straat een Nederlandse man tegen. Hoe groot is de kans dat hij linkshandig is? Geef je antwoord als getal tussen en .

b

Als je daarna een andere willekeurige Nederlander tegenkomt, hoe groot is dan de kans dat die een linkshandige persoon is? Geef je antwoord als getal tussen en .

c

Hoeveel van de ondervraagde mensen waren linkshandig?

verder | terug