Kansrekening > Kansen optellen en aftrekken
12345Kansen optellen en aftrekken

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

`1/52`

b

`0`

c

`1/4`

d

`12 / 13`

e

`1/2`

f

`4/13`

g

`25/52`

Opgave 1
a

`4 / 13 `

b

`9 / 13`

c

`1 / 4 `

d

`1 / 13`

e

`4/13`

f

Die gebeurtenissen sluiten elkaar niet wederzijds uit. Als je bij de dertien hartenkaarten de vier heren optelt, heb je twee keer de hartenboer geteld.

g

Ja, nu is de kans `7/25` .

Opgave 2

Welke van de volgende gebeurtenissen sluiten elkaar uit?

Harten kaart of schoppen kaart.

Harten kaart of vrouw.

Kaart met even getal of plaatje.

Kaart met even getal of ruiten kaart.

Opgave 3
a

`1/2`

Deze twee gebeurtenissen sluiten elkaar uit.

b

`4/13`

Deze twee gebeurtenissen sluiten elkaar niet uit.

c

`9/13`

Deze twee gebeurtenissen sluiten elkaar uit.

d

`7/13`

Deze twee gebeurtenissen sluiten elkaar niet uit.

Opgave 4
a

`1/10`

b

`1/90`

c

`13/45`

d

`32/45`

Opgave 5
a

R

W

`1`

`2`

`3`

`4`

`5`

`6`

`1` `1` - `1` `1` - `2` `1` - `3` `1` - `4` `1` - `5` `1` - `6`
`2` `2` - `1` `2` - `2` `2` - `3` `2` - `4` `2` - `5` `2` - `6`
`3` `3` - `1` `3` - `2` `3` - `3` `3` - `4` `3` - `5` `3` - `6`
`4` `4` - `1` `4` - `2` `4` - `3` `4` - `4` `4` - `5` `4` - `6`
`5` `5` - `1` `5` - `2` `5` - `3` `5` - `4` `5` - `5` `5` - `6`
`6` `6` - `1` `6` - `2` `6` - `3` `6` - `4` `6` - `5` `6` - `6`
b

`1/6`

c

`1/6`

d

`1/36`

e

nee

f

`11/36`

Opgave 6
a

`text(P)(text(6 gooien)) ~~0,838`

b

`0,116`

c

`0,047`

d

`0,838`

e

Anders moet je tien afzonderlijke kansen uitrekenen en die alle tien bij elkaar optellen. Dit is veel werk.

Opgave 7
a
b

`2/11`

c

`7/11`

d

`49/121`

Opgave 8
a

ja

b

`1`

c

`17/31`

Opgave 9
a

`5/9`

b

`1/9`

c

`8/9`

d

`18/45 = 2/5`

e

`33/45=11/15`

Opgave 10
a

`5/8`

b

`7/16`

c

`13/16`

Opgave 11
a

`1/2`

b

`5/6`

c

`7/8`

d

`3/4`

Opgave 12
a

`1/72`

b

`1/12`

c

`7/72`

d

`11/12`

e

`11/72`

Opgave 13
a

`3/100`

b

`11/20`

c

`24/25`

d

De leerling is een meisje met een hoofddoek.

Opgave 14

`31/50`

Opgave 15
a

`2/3`

b

`5/9`

c

`8/9`

Opgave 16
a

`90` %

b

`10` %

c

`27` %

d

`80` %

Opgave 17
a

Doen.

b

0,42

c

0,40; 0,44; 0,24.

d

0,72

e

Hij krijgt meer dan 100%. Er moet nog de kans af dat het bestuurslid oprichter of oplichter is èn opzichter, dus 0,32 moet er nog af.

verder | terug