Kansrekening > Kansen optellen en aftrekken
12345Kansen optellen en aftrekken

Testen

Opgave 15

In een vaas zitten `9` balletjes, `3` rode, `3` blauwe en `3` gele. Ze zijn ook genummerd, van elke kleur draagt één balletje nummer 1, één balletje nummer 2 en één balletje nummer 3. Er wordt aselect één balletje getrokken. Bepaal de kans dat:

a

het balletje niet rood is;

b

het balletje rood is of nummer 2 heeft;

c

het balletje niet blauw is of niet nummer 3 heeft.

Opgave 16

Van de leerlingen van een groep staat `70` % voldoende voor wiskunde, `63` % staat voldoende voor natuurkunde en `43` % staat voldoende voor beide vakken.

a

Hoeveel procent staat voldoende voor minstens een van beide vakken?

b

Hoeveel procent staat onvoldoende voor beide vakken?

c

Hoeveel procent staat voldoende voor wiskunde en onvoldoende voor natuurkunde?

d

Hoeveel procent staat voldoende voor wiskunde of onvoldoende voor natuurkunde?

Opgave 17

Een bestuur van 25 personen bestaat uit oprichters, oplichters en opzichters. Sommige leden hebben meer dan één van die kwaliteiten. Er zijn 10 oprichters, 11 oplichters en 15 opzichters. 1 persoon is zowel oprichter als oplichter en opzichter. 3 zijn oprichter en oplichter (en misschien ook opzichter) en 4 zijn oprichter en opzichter (en misschien oplichter).

a

Maak op grond van deze gegevens een Venndiagram.

b

Wat is de kans dat een willekeurig bestuurslid keurig is (geen oplichter)?

c

Wat is de kans dat een willekeurig bestuurslid oprichter is? Dat hij oplichter is? Dat hij beide is?

d

Bepaal de kans dat een willekeurig bestuurslid oprichter of oplichter is.

e

De kans dat een bestuurslid oprichter, oplichter of opzichter is, is natuurlijk 1. Iemand zegt: "Die kans moet de kans zijn dat hij oprichter of oplichter is, plus de kans dat hij opzichter is." Redeneren helpt niet, dus toon hem dat zijn resultaat niet goed kan zijn en vertel hem dan hoe het wel moet.

verder | terug