Kansrekening > Totaalbeeld
12345Totaalbeeld

Antwoorden van de opgaven

Opgave 1
a

Vaas met honderd balletjes: veertig rode (stemt Gore), veertig witte (stemt Bush) en twintig blauwe (stemt niet) balletjes, vier keer trekken met terugleggen;

.

b

Vaas met balletjes: tien rode (A) en vijftien witte (B) balletjes, drie keer trekken zonder terugleggen;

c

Vaas met zes balletjes genummerd van één tot en met zes en drie keer trekken met terugleggen;

d

Vaas met tien balletjes genummerd van tot en met en keer trekken met terugleggen;

Opgave 2
a
b

c

d

Opgave 3
a

b

%

%

%

%

%

c

%.

%.

%.

%.

%.

d

mannelijke vertegenwoordigers en vrouwelijke vertegenwoordigers.

Opgave 4
a

%

b

%

c

%

d

%

%

Opgave 5

bron: examen 1991 - I, havo B

Opgave 6
a

Doen.

b

Ja, die kans is .

c

In het eerste geval: .

Opgave 7
a

b

%

c

%

Opgave 8
a

b

, en

c

d

, ,

e

, , , , , , , ,

f

, , , , , , , ,

g

De eerste: .

Opgave 9Chuck-a-luck
Chuck-a-luck
a

Maak een kansboom.

Zie tabel.

w -1 0 1 9
P ( W = w ) 125 316 75 216 15 216 1 216
b

Ongeveer per ingelegde euro.

c

Meteen doen, het levert veel geld op!

Opgave 10Sterftetabellen
Sterftetabellen
a

%

b

%

c

d

e

Bij elk levensjaar na zijn 50ste bereken je de kans dat hij dat jaar overleeft. Daarna elke kans met jaar vermenigvuldigen en alles optellen geeft een verwachting dat die man nog ongeveer jaar te leven heeft.

f

De verzekeringsmaatschappij krijgt rente over je geld.

g

Is afhankelijk van de rentestand, of je man of vrouw bent.

Opgave 11Drie deuren probleem
Drie deuren probleem
a

De kans dat de winner meteen de juiste doos kiest is . Hij wisselt niet dus die kans blijft .

b

De kans dat de winnaar in eerste instantie een lege doos kiest is . In dat geval zit in één van de dozen die hij niet heeft gekozen de prijs. De spelleider wijst de lege doos aan, dus als de winnaar wisselt, kiest hij de doos met de prijs. De kans daarop is dus . Je kunt dat ook zo inzien: de kans dat de winnaar meteen de doos met de prijs kiest is . Beide andere dozen zijn dan leeg. De spelleider wijst één van de twee lege dozen aan. Als de winnaar wisselt, kiest hij voor de andere lege doos. Als hij wisselt, is de kans op verlies dus en dus de kans op winst .

Opgave 12Wijn proeven
Wijn proeven
a

b

P(2 goede) = , P(3 goede) = , P(0 goede) = en P(1 goede) = .

c

bron: voorbeeldexamen wiskunde A1,2 vwo 2001

Opgave 13Vierkeuzevragen
Vierkeuzevragen
a

b

c

en de rest ; en de rest ; en de rest .

d

De verwachte score bij mogelijkheid II is en die bij mogelijkheid III is .

e

bron: examen wiskunde A1,2 vwo 2004, eerste tijdvak

verder | terug