Statistiek > Verzamelen en ordenen
123456Verzamelen en ordenen

Verwerken

Opgave 7
loon (€) aantal
totaal

Je ziet de frequentieverdeling van de weeklonen van werknemers van een bedrijf.

a

De frequenties in deze tabel zijn

absoluut

relatief

b

Is de indeling in klassen goed?

ja

nee

c

De klassenbreedte in deze frequentietabel is

d

Welke uitspraken zijn juist?

De relatieve frequentie van lonen tussen de € 700,00 en € 800,00 is %.

De relatieve frequentie van lonen tussen de € 700,00 en € 800,00 is %.

De proportie lonen van minstens € 1000,00 is ongeveer .

De cumulatieve relatieve frequentie van lonen minder dan € 700,00 is %.

Opgave 8
loon (€) aantal werknemers
totaal

Bekijk de frequentieverdeling van de weeklonen van werknemers van een bedrijf.

a

Geef de ondergrens van de zesde klasse.

b

Geef de bovengrens van de vierde klasse.

c

Geef het klassenmidden van de derde klasse.

d

Welke ondergrens en welke bovengrens heeft de vijfde klasse?

e

Welke klassenbreedte is hier gebruikt?

Opgave 9

De downloadsnelheid is afhankelijk van de connectiesnelheid, van de internetprovider, van welke computer/server gedownload wordt en van de drukte op het net. Zo kan de downloadsnelheid op het ene moment kB/s (kilobyte per seconde) zijn bij een connectiesnelheid van kbit/s en op een ander moment kB/s bij een connectiesnelheid van kbit/s, terwijl de provider kbit/s ( Mbit/s) ofwel kB/s opgeeft. (Een byte bestaat uit acht bits. Om van kbit/s naar kB/s te gaan, moet er door acht gedeeld worden.)

Justin heeft tijdens het downloaden van een computerprogramma elke minuut de downloadsnelheid opgeschreven. De resultaten zie je in de tabel, deze staan in kB/s.

a

Hoeveel klassen kun je het beste maken voor deze gegevens?

b

Wat wordt dan de klassenbreedte?

c

Wat wordt de laagste klasse?

d

Deel deze scores in klassen in. Maak een frequentietabel.

e

Maak bij deze tabel een kolom van relatieve frequenties. Let er bij het afronden op, dat het totaal 100% blijft.

f

Maak bij deze tabel een kolom van relatieve cumulatieve frequenties. Let er bij het afronden op da t het totaal 100% blijft.

Opgave 10

Genereer in Excel of met de grafische rekenmachine honderd toevalsgetallen van tot en met .

a

Maak een turftabel.

b

Maak een frequentietabel.

c

Maak een tabel met relatieve frequenties en somfrequenties.

d

Welke relatieve frequenties verwacht je bij de twintig getallen als je toevalsgetallen van tot en met zou genereren?

Opgave 11

Bekijk de frequentietabellen met weeklonen van twee bedrijven. Alle werknemers zijn opgenomen in de tabellen.

weekloon (€) aantal werknemers
totaal

Bedrijf 1

weekloon (€) aantal werknemers
totaal

Bedrijf 2

a

Noem twee redenen waarom je de weeklonen van deze twee bedrijven niet zinvol met elkaar kunt vergelijken als je alleen naar deze frequentietabellen kijkt.

b

Maak frequentietabellen waarmee je de weeklonen van deze twee bedrijven wel goed kunt vergelijken.

c

Een van de onderzoeksvragen is: in welk bedrijf zijn er relatief meer mensen die minder dan € 600,00 per week verdienen?

Uit welk soort frequentietabel zou je dit direct kunnen aflezen? Geef een antwoord op deze onderzoeksvraag.

d

Het is niet mogelijk om de percentages werknemers die minder dan € 650,00 per week verdienen met elkaar te vergelijken. Leg uit waarom dat niet kan en bedenk een manier om daar wel een schatting van te kunnen maken.

Opgave 12

Het CBS doet onderzoek naar het bruto eindverbruik van hernieuwbare energie. Wat dat precies is, volgt uit de definitie van de Europese Richtlijn voor hernieuwbare energie van 2009. Het wordt berekend als de som van drie componenten:

  • Bruto productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.

  • Bruto productie van verkochte warmte uit hernieuwbare bronnen.

  • Eindverbruik van energie uit bodem, buitenlucht, zon en biomassa.

Niet verkochte warmte uit hernieuwbare bronnen (bijvoorbeeld houtkachels bij huishoudens) telt als eindverbruik van hernieuwbare energie. De import en export van groene stroom telt niet mee.

Je ziet een dataset met dergelijke gegevens. Deze dataset dient als basis voor vele onderzoeken. Zo wil men voor een onderzoek de proportie zonne-energie die gebruikt werd voor het opwekken van warmte in 2002 tot en met 2013 gebruiken. Deze proporties wil men vergelijken met de proporties zonne-energie in totaal, met de proporties energie die gebruikt worden voor warmte in totaal en met de proporties biomassa die gebruikt werden voor warmte in 2002 tot en met 2013.

a

Bereken en orden precies die gegevens die je nodig hebt voor dit onderzoek in nieuwe frequentietabellen; gebruik daarbij een handige klassenindeling.

Geef duidelijk aan wat de proporties zonne-energie gebruikt voor warmte in 2002 tot en met 2013 zijn.

b

Leg uit waarom het wel/niet overzichtelijker is om de gegevens (ook) in somfrequentietabellen vast te leggen.

c

Het vergaren van de data heeft het CBS al voor je gedaan; geef toch van de drie hoofdvariabelen in hun dataset aan welk type variabele het betreft (dit hoort bij de basisinformatie van een statistisch onderzoek).

bron: CBS

Opgave 13

Deze tabel laat het aantal geslaagden zien op havo en vwo gedurende een drietal schooljaren.

a

Welke variabelen worden er onderzocht? Geef per variabele aan of die kwalitatief of kwantitatief is.

b

Op het havo is in 2007/2008 het aantal leerlingen dat geslaagd is %. Toon dit aan door een berekening.

c

Hoeveel procent van de examenkandidaten havo heeft in 2007/2008 een N-profiel gekozen? Rond af op één decimaal.

d

Kun je het percentage geslaagden havo in 2007/2008 berekenen vanuit de percentages geslaagden van de M-profielen en de N-profielen afzonderlijk?

e

Het aantal examenkandidaten met een N-profiel op havo neemt absoluut gezien toe. Is dat relatief bekeken ook zo?

f

Kun je verklaren waarom de examenkandidaten in alle ongedeelde N-profielen of M-profielen een hoger geslaagdenpercentage hebben dan het totaal per profiel?

bron: CBS

verder | terug