Statistiek > Diagrammen gebruiken
123456Diagrammen gebruiken

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1

Eigen antwoord.

Opgave 1
a

Zie de tabel.

freq.
Google+
Twitter
LinkedIn
YouTube
Facebook
b
freq. rel. freq.
Google+ %
Twitter %
LinkedIn %
YouTube %
Facebook %
%
c

Voor dit staafdiagram geldt dat het dezelfde horizontale as heeft als de overeenkomende diagrammen in de uitleg. De verticale as bestaat echter uit percentages; de staven krijgen de hoogte van de bijbehorende percentages.

d

Sectorhoek is proportie maal °, dus ° °, enzovoort.

freq. rel. freq. (%) sectorhoek (°)
Google+
Twitter
LinkedIn
YouTube
Facebook

Opmerking: door afronden komt de totale sectorhoek op ° in plaats van 360°.

e

Je kunt met relatieve frequenties beter groepen vergelijken (zonder rekening te hoeven houden met de verschillende groepsgroottes).

f

Vraag aan al je klasgenoten wat hun favoriete social media platform is. Maak hier een turftabel van met een kolom met absolute frequenties. Teken er bijvoorbeeld een staafdiagram bij.

Opgave 2
a

Afrika: in totaal (als je de categorie "Noord-Afrika/Midden-Oosten" voor de helft meerekent) zo’n miljoen besmettingen.

b

Spanje:

c

Nee, want het aantal inwoners van Luxemburg is ook heel klein.

d

De aantallen inwoners van deze landen.

e

g

Zie de figuur.

Opgave 3
a

cm

b

Markeringspunten zijn de middens van de staven. Dus onder deze punten een staaf tekenen, zodat het punt op het midden van de bovenkant van de staaf ligt.

c

Voorgaande staven plus de staaf van de huidige klasse opstapelen; de punten komen nu niet boven het midden van de klasse (staaf) te staan, maar boven de rechtergrens van de klasse.

d

Eigen antwoord. Vergelijk jouw frequentiepolygoon met die uit de uitleg.

e

Zie de figuur.

Opgave 4
a

De variabele bij een histogram is altijd een kwantitatieve variabele die van laag naar hoog loopt. De variabele bij een staafdiagram mag ook kwalitatief zijn.

b

Je kunt van een histogram een frequentiepolygoon maken om het verloop te vergelijken.

c

Een frequentiepolygoon hoort bij een histogram; een lijndiagram hoort bij een staafdiagram. In een lijndiagram zijn de variabelen op de horizontale as verwisselbaar en daarom mag je geen conclusies trekken uit het verloop van de lijn. Bij een frequentiepolygoon mag je wel conclusies trekken over het verloop van de grafiek.

Opgave 5
a
tijd freq.
totaal
b

Zie de figuur.

c

de vertrektijden

d

het aantal ritten per heel uur

e

Dat hangt van de hoeveelheid gegevens af en van wat je wilt laten zien.

Opgave 6
a

Je krijgt vijf staven van elk %, twee staven van elk % en vijf staven van elk %. Dat geeft een totaal van % in plaats van %.

b

Zie de figuur.

Opgave 7

Laat bij twijfel je antwoord controleren. Zie het antwoord in het voorbeeld.

Opgave 8

Laat bij twijfel je antwoord controleren. Zie het antwoord in het voorbeeld.

Opgave 9
a

%; %; %; %

b

Bereken eerst de sectorhoeken. Aardgas krijgt een sectorhoek van °, aardolie °, steenkool ° en overige °. Bij elkaar zijn de sectorhoeken °. Teken vervolgens de cirkeldiagram.

c

De sectorhoek voor aardgas is in dit geval °. De overige sectorhoeken zijn aardolie °, steenkool ° en overige °.

d

Er is een relatieve afname van steenkool- en aardgaswinning. De rest neemt relatief toe.

Opgave 10
a

%

b

Bruto winstmarge: % van is ongeveer 13 graden, dus teken een sectorhoek van 13 graden. Zo ook voor de andere onderdelen.

c

Bijna % van de prijs is accijns (belasting) en btw. Dat bedrag gaat naar de staat.

Opgave 11
a

Nederland haalt voor joule aan energie uit de aardgas.

b

joule

c

Het lijntje "overige energie" en het lijntje "Elektriciteit" naar het blokje "centrales" . Het betreft bij alternatieve energie bijvoorbeeld windenergie en zonne-energie.

d

Verbruikt: joule. Ingevoerd: joule.

e

joule

f

Aardgas is de hoofdader van de Nederlandse energiebalans. Het realiseert een groot deel van het verbruik aan energie en is ook een belangrijk uitvoerproduct.

g

Linksboven het blokje onttrekking uit voorraden en linksonder opslag in Bunkers.

Opgave 12
a

Zie de tabel.

loon (€) rel. freq. (%)
b

Gebruik de grafische rekenmachine, Excel of een statistisch pakket. Zie de figuur.

c

Gebruik de grafische rekenmachine of Excel. Zie de figuur.

d

Zie de tabel.

loon (€) rel.freq. (%)
e

Gebruik de grafische rekenmachine. Zie de figuur.

f

Maak eerst een nieuwe frequentietabel. Zie de figuur.

Opgave 13
a

Zie de tabel.

Cijfer Klas A Klas B
2,5 - < 3
3 - < 3,5
3,5 - < 4
4 - < 4,5
4,5 - < 5
5 - < 5,5
5,5 - < 6
6 - < 6,5
6,5 - < 7
7 - < 7,5
7,5 - < 8
8 - < 8,5
8,5 - < 9
9 - < 9,5
9,5 - 10
b

Zie de figuur.

c

Zie figuur.

d

In een steelbladdiagram kun je alle oorspronkelijke gegevens weer terugvinden, maar ook snel zien hoeveel cijfers er tussen bijvoorbeeld de en de zitten en nauwkeurig het gemiddelde berekenen. Maar heb je veel gegevens, dan wordt ook zo'n steelbladdiagram onoverzichtelijk.

Opgave 14
a

lijndiagram en gestapeld staafdiagram

b

Geboorteoverschot is de geboorten minus de sterfgevallen; buitenlands migratiesaldo is het aantal immigranten minus emigranten (dus van een ander land naar Amsterdam komen of vertrekken naar een ander land). Binnenlands migratiesaldo is het aantal mensen die binnen Nederland verhuizen (dus aantal gekomen naar Amsterdam minus aantal vertrokken uit Amsterdam).

c

Bij zo nauwkeurig mogelijk aflezen, vind je: of

d

Met een positief migratiesaldo komen er meer mensen naar Amsterdam dan er vertrekken. Met een negatief saldo is dat andersom.

e

Geboorteoverschot is ongeveer ; het binnenlands saldo ongeveer ; buitenlands migratiesaldo ongeveer . De toename is dus grofweg personen.

Opgave 15

Eigen antwoord, vraag je docent om goedkeuring.

Opgave 16

%

naar: examen 2014 - II, vwo

Opgave 17
a

Het aantal behaalde medailles van elk metaal.

b

Omdat er drie gegevens (variabelen) tegelijk worden weergegeven. De assen geven land, medaillekleur en aantal.

c

VS ().

d

De VS ().

e

De VS ().

f

Zelf doen. Voordeel is dat je de totalen gemakkelijker kunt vergelijken. Nadeel is dat je het aantal medailles per kleur moeilijker kunt vergelijken.

g

Bijvoorbeeld een staafdiagram met per land drie staafjes naast elkaar op één as.

Opgave 18
a

Zie de tabel.

Score Freq. Rel. freq.
b

Gebruik de grafische rekenmachine of Excel. Zie de figuur.

c

Gebruik de grafische rekenmachine of Excel. Zie de figuur.

d

%.

Opgave 19
a

Er staan kwalitatieve variabelen op de horizontale as.

b

In het staafdiagram worden twee dingen tegelijk vergeleken. Per regio de verdeling over de adrie soorten brandstof en de regio's onderling. Dat lukt niet in één cirkeldiagram.

c

d

Een staafdiagram.

bron: BP review of World Energy, 2014

verder | terug