Statistiek > Gegevens samenvatten
123456Gegevens samenvatten

Verwerken

Opgave 14

Evelien betaalt voor het gebruik van bellen en mobiel internet in het buitenland precies wat ze verbruikt. Bellen kost € 0,08 per minuut, en mobiel internet kost € 0,075 per MB (megabyte). Evelien moet gemiddeld per belminuut/MB € 0,077 betalen. In totaal heeft Evelien belminuten/MB verbruikt. Hoeveel MB mobiel internet heeft ze dan verbruikt? Rond af op gehele MB's.

Opgave 15

Je hebt de waarnemingsgetallen 16, 18, 22, 24, 26, 26, 28, 30 en 36.

a

Teken een boxplot.

b

Doe dat nog eens als je bij alle getallen optelt.

c

En ook als je van alle getallen aftrekt.

d

Doe het nog eens als je alle getallen door deelt.

e

Welk resultaat krijg je als je alle getallen met vermenigvuldigt?

f

Beschrijf wat er gebeurt met de boxplot als bij alle waarnemingsgetallen een getal wordt opgeteld of ervan afgetrokken wordt.

g

Beschrijf wat er gebeurt met de boxplot als alle waarnemingsgetallen met een getal worden vermenigvuldigd of door een getal worden gedeeld.

Opgave 16
lengte regenworm (cm) aantal

Voor een practicum biologie worden regenwormen gevangen. De lengte van die regenwormen vind je in de tabel.

a

Kijk naar de manier waarop de klassen zijn gemaakt. Hoe nauwkeurig zijn de regenwormen gemeten? Bij welke klasse hoort een regenworm die cm lang is?

b

Welke klasse is de modale klasse?

c

Teken een histogram van de cumulatieve relatieve frequenties. Teken in dezelfde figuur de cumulatieve frequentiepolygoon.

d

In welke klasse zit de mediaan? Kun je precies zeggen hoe groot die mediaan is? Schat de mediaan met behulp van de cumulatieve frequentiepolygoon.

e

Bereken het gemiddelde en de standaardafwijking.

Opgave 17

Een supermarkt laat onderzoek verrichten naar de besteding per klant en naar de hoeveelheid tijd die een klant aan de kassa nodig heeft om af te rekenen. Er worden op verschillende tijdstippen tellingen gehouden. Je ziet de resultaten.

kassatijd (min) aantal klanten
kassabon (€) aantal klanten
a

Bepaal bij beide tabellen de modus, de mediaan, het eerste en het derde kwartiel en het gemiddelde met een cumulatief relatief frequentiepolygoon of met de grafische rekenmachine.

b

Hoe groot is de standaardafwijking bij beide verdelingen?

c

Teken bij beide tabellen een boxplot.

De supermarkt heeft een weekomzet van € . Een caissière mag uur per week werken.

d

Hoeveel caissières moet de supermarkt in dienst nemen als er vanwege de wisselende winkeldrukte een overcapaciteit van % wordt aangehouden (dus % extra caissières boven het te verwachten aantal noodzakelijke caissières)?

Opgave 18

Op elk uur van een dag is de temperatuur bepaald. De uren van middernacht tot twaalf uur 's middags worden aangegeven met am (het Latijnse "ante meridiem" betekent "voor het middaguur" ), en de uren van twaalf uur 's middags tot middernacht met pm ( "post meridiem" ).

uur 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
am
pm
a

Verwerk deze gegevens in een dubbel steelbladdiagram.

b

Maak boxplots van elk dagdeel afzonderlijk en van de totale dag.

c

Bereken voor beide dagdelen afzonderlijk het gemiddelde en de standaardafwijking.

d

Geef een verklaring voor de verschillen die je vindt.

Opgave 19

In de grafiek vind je de jaarinkomens van de werknemers van een grote fabriek.

a

Wat verdient de doorsneewerknemer van deze fabriek? Welke centrummaat heb je gekozen en waarom?

b

Welke centrummaat is groter, de mediaan of de modus? Leg uit waaraan je dat kunt zien.

Opgave 20

Bekijk de relatieve cumulatieve frequentiepolygoon met de gewichten van een groep van meisjes met de bijbehorende boxplot.

  • Het gemiddelde gewicht is kg.

  • De modus van het gewicht is kg.

Ook de gewichten van een vergelijkbare groep jongens zijn bekend. Je ziet het bijbehorende histogram.

Om beide groepen afzonderlijk te bestuderen en onderling te kunnen vergelijken, moet je nog een aantal gegevens berekenen en diagrammen maken. Bedenk eerst goed welke gegevens en diagrammen je nog nodig hebt.

Bereken al de maten en maak de diagrammen. Beschrijf de opbouw van de meisjesgewichten en de jongensgewichten afzonderlijk en ook in vergelijking met elkaar (dit laatste is een vorm van bivariate statistiek). Doe dat op basis van alle maatgegevens en diagrammen en verwijs waar nodig in je argumentatie. Beargumenteer ook waarom jijzelf de uitschieters juist wel of niet in de boxplots zou verwerken.

verder | terug