Statistiek > Totaalbeeld
123456Totaalbeeld

Toepassen

Opgave 7Coopertest
Coopertest

In de sport wordt veel met statistieken gewerkt. Er wordt namelijk nogal wat gemeten...
De Cooper-test is een bekende manier om de conditie te meten. Je meet dan hoever je kunt hardlopen in `12` minuten. En de afgelegde afstand zegt iets over je fitheid.

Dit XL-bestand met Coopertest resultaten van een groep scholieren levert een verzameling basisgegevens. In deze tabel zie je hoeveel iemand onder de 30 jaar kan lopen met een conditie die slecht / redelijk / goed / zeer goed is.

vrouwen mannen
slecht `0 - lt 1800` `0 - lt 2000`
redelijk `1800 - lt 2200` `2000 - lt 2400`
goed `2200 - lt 2700` `2400 - lt 2800`
zeer goed ` gt 2700` ` gt 2800`

Nu kun je nagaan hoeveel procent van deze groep scholieren in welke categorie valt, voor mannen en vrouwen afzonderlijk of voor beide groepen samen. Ook kun je de gemiddelde score, de standaardafwijking, e.d., berekenen. En nagaan of er van een klokvormige verdeling sprake is, de vuistregels kloppen...
Maar het is natuurlijk leuker om dit met resultaten van de eigen school te doen.

In 2004 volbrachten `182` leerlingen in klas `4` en `5` een Coopertest. Van de leerlingen die de Coopertest (12 minutenloop) uitliepen is de afgelegde afstand genoteerd. Misschien kun je ook werken met gegevens van je eigen school!

a

Welke klassenindeling zou je kiezen voor de vrouwen en welke voor de mannen om te kunnen concluderen of de conditie slecht, redelijk, goed of zeer goed is?

b

Verwerk de gegevens voor vrouwen en mannen apart in twee afzonderlijke histogrammen.

c

Verwerk de gegevens voor de vrouwen in een cirkeldiagram. Verwerk de gegevens voor de mannen in een cirkeldiagram.

d

Welk percentage vrouwen heeft een goede of zeer goede conditie? Welk percentage mannen heeft een goede of zeer goede conditie?

e

Typeer de afgelegde afstanden van de mannen en de vrouwen bij de Coopertest in gemiddelde, modus en mediaan.

f

Teken van de resultaten van de mannen en van de vrouwen een boxplot. Bereken de kwartielafstand en de spreidingsbreedte.

g

Doe een uitspraak op grond van beide boxplots waarin je de conditie van de mannen en de vrouwen met elkaar vergelijkt.

h

Bereken voor beide groepen de standaardafwijking.

i

Van hoeveel procent van de mannen en van hoeveel procent van de vrouwen wijkt de gelopen afstand meer dan de standaardafwijking van het gemiddelde af?

j

Van hoeveel procent van de mannen en van hoeveel procent van de vrouwen wijkt de gelopen afstand meer dan twee keer de standaardafwijking van het gemiddelde af?

k

Doe een uitspraak op grond van deze laatste gegevens waarin je de conditie van de mannen en de vrouwen met elkaar vergelijkt.

Opgave 8Leeftijdsdiagrammen NL
Leeftijdsdiagrammen NL

Je ziet hier vier leeftijdsdiagrammen van Nederland.

a

Wat voor soort diagrammen zijn dit?

b

Hoeveel kinderen van `0 -4` waren er in 1900 ongeveer? En in 1950?

c

In de jaren rond 1950 zijn er nogal veel kinderen geboren. Waaraan kun je dat zien?

d

Waaraan kun je zien dat Nederland aan het vergrijzen is?

e

Waaraan kun je zien dat vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen?

f

De belangrijkste centrummaat bij een leeftijddiagram is de modale klasse. Welke klasse was in 1900 de modale klasse? En in 2050?

g

Welke gevolgen heeft het feit dat de modale klasse steeds hoger komt te liggen?

h

De bevolkingsopbouw van Nederland is ook goed zichtbaar te maken in boxplots. Teken bij het leeftijdsdiagram van 1900 een boxplot (mannen en vrouwen samen). Doe dat ook bij het geschatte leeftijdsdiagram van 2050. Noem minstens drie karakteristieke verschillen en geef er verklaringen bij.

verder | terug