Verschillen en verbanden > Totaalbeeld
123456Totaalbeeld

Antwoorden van de opgaven

Opgave 1
a

b

is de kans dat een product niet deugt.

c

Dat is de kans dat verworpen wordt, terwijl hij wel waar is (deze kans is hoogstens %).

d

Bij of meer defecte exemplaren moet verworpen worden.

Opgave 2
a

kritiek gebied:

b

Opgave 3

. Dus een betrouwbaarheid van ongeveer %.

Opgave 4
a

dus geen reden om aan te nemen dat het geldstuk onzuiver is (tweezijdige toets).

b

geeft .
geeft .
Dus er is reden om aan te nemen dat het geldstuk onzuiver is, als je of keer kruis gooit.

Opgave 5
a

tegen

b

c

dus de nulhypothese wordt verworpen.

d

geeft .
geeft .
Dus de nulhypothese wordt verworpen als of .

Opgave 6
a

Te Apiti: ongeveer MW, Taranua: ongeveer MW.

b

Er is een statistisch verband, de datapunten hebben duidelijke positieve samenhang.
Er is waarschijnlijk ook een causaal verband. Nieuw-Zeeland is niet zo groot, dus als het bij het ene park (hard) waait, waait het bij het andere park meestal ook (hard).

c

Als er geen of weinig wind is, wat redelijk vaak voorkomt, wordt er door beide parken geen elektriciteit opgewekt.

d

Opgave 7The Great Blackout
The Great Blackout
a

Het aantal geboorten was dagen meer en dagen minder dan het gemiddelde van .
Je toetst tegen want je gaat ervan uit dat er dagelijks % kans is dat het aantal geboorten bovengemiddeld is.
geeft .
Met een kritiek gebied van is het steekproefresultaat geen aanleiding om te verwerpen.

b

Op ten minste dagen was het aantal geboorten beneden het jaargemiddelde.

c

d

dus is het aantal zondagen met een aantal geboorten kleiner dan significant hoog.

Opgave 8Basketballen
Basketballen
a

De kans dat een bal niet voldoet is . Bij een dagproductie van ballen: . Dus ongeveer ballen per dag.

b

, dus ongeveer %.

c

geeft .
Het kritieke gebied is .

bron: examen 1990 - II vwo A

Opgave 9Kwaliteitscontrole
Kwaliteitscontrole
a

dus ongeveer % (of %)

b

.

c

De drie getallen moeten samen zijn. Bijvoorbeeld , en .

d

Vijf getallen met de gevraagde eigenschappen zijn bijvoorbeeld en (of en ). Je moet aantonen dat het gemiddelde () binnen de aangegeven grenzen ligt en dat de spreidingsbreedte () boven de aangegeven grens ligt.

e

Je toetst tegen met .
dus de werknemer krijgt geen gelijk.

bron: examen 2001 - I vwo A

Opgave 10Vakkenkeuze
Vakkenkeuze
a

% van is meisjes en % van is jongens doen economie.

b

Het totaal van de percentages in de kolom meisjes is . Als alle meisjes naast Nederlands precies 5 andere vakken haddenzou dit totaal zijn, dus % van de meisjes deed een extra vak.

c

Je toetst tegen met .
.
Conclusie: het onderzoeksresultaat geeft voldoende aanleiding om de onderwijsdeskundige gelijk te geven.

Opgave 11Stoppen met roken
Stoppen met roken
a

dus in 2001 werden miljoen sigaretten gerookt.
dus in 2005 werden miljoen sigaretten gerookt.
Dat is een afname van (ongeveer) %.

b

.

c

.

d

Je toetst en met .
dus er is voldoende aanleiding om het vermoeden van de onderzoekers te bevestigen.

e

Als dit aantal normaal verdeeld zou zijn, dan zou gelden: . Dit geeft met de GR .
Uitgaand van een normale verdeling zou men (circa) % van de rokers standaardafwijking () onder het gemiddelde () moeten aantreffen (dus een aanzienlijk deel van de rokers zou geen sigaretten roken, en dat kan natuurlijk niet).

bron: examen 2010 - I vwo A

verder | terug