Oppervlakte en inhoud > Oppervlakte van vlakke figuren
12345Oppervlakte van vlakke figuren

Verwerken

Opgave 11

Bereken de oppervlaktes van de volgende figuren. Figuur b is een trapezium en figuur c een pijlpuntvlieger. De cirkelbogen die de vlakken I en II  begrenzen, zijn halve dan wel kwart cirkels. Rond zo nodig af op twee decimalen nauwkeurig.

a

b

c

d

Opgave 12

Van de regelmatige achthoek liggen alle hoekpunten op een cirkel met een straal van cm.

Bereken de oppervlakte van het gebied dat buiten de achthoek en binnen de cirkel ligt. Geef je antwoord in cm2 in twee decimalen nauwkeurig.

Opgave 13

Iemand maakt een driepotig krukje, waarvan je het bovenaanzicht ziet. De figuur bestaat uit een regelmatige zeshoek, waaraan op drie zijden een segment zit van de cirkel die door de hoekpunten van de zeshoek gaat.

Bereken zowel de oppervlakte als de omtrek van deze zitting. Geef de oppervlakte in cm2 en de omtrek in centimeters.

Opgave 14

De straal van de drie cirkels in deze figuur is gelijk aan .

Bereken de exacte oppervlakte van de figuur die deze drie cirkels insluiten.

Opgave 15

Deze symmetrische bak staat precies half vol met water. De bak is meter lang. De voorkant en de achterkant staan loodrecht op de bodem van de bak.

a

Hoe hoog staat de waterspiegel gerekend vanaf de bodem van de bak? Geef je antwoord in centimeters.

b

Hoe groot is de oppervlakte van de waterspiegel? Geef je antwoord in cm2.

verder | terug