Verbanden > Verbanden en variabelen
123456Verbanden en variabelen

Toepassen

Een digitaal plaatje bestaat uit pixels (afkomstig van de Engelse term "picture elements" ). Als het een zwart/wit plaatje is, heeft elke pixel één waarde, meestal lopend van (zwart) t/m (wit) waarmee de grijswaarde ervan wordt bepaald. Is het een kleurenplaatje dan heeft elke pixel drie waarden één voor rood (R), één voor geel (G) en één voor blauw (B): tenminste in het RGB-formaat.

Als je zo'n beeld wilt bewerken, dan bereken je nieuwe waarden voor elke pixel. In een grafiek kun je het verband tussen de waarden van de pixels voor de bewerking en die erna laten zien.
Deze grafiek zorgt ervoor dat de donkere gedeelten van het plaatje donkerder worden en de lichte gedeelten lichter: je verhoogt zo het "contrast" .
Het punt waar vanaf de grafiek schuin omhoog gaat lopen heet het "zwartpunt" van de grafiek.
Het punt waar vanaf de grafiek weer horizontaal loopt heet het "witpunt" van de grafiek.

Maak je andere grafieken voor het omrekenen van de pixelwaarden, dan kun je hele bijzondere effecten krijgen!

Opgave 13Beeldbewerking
Beeldbewerking

Bekijk het verhaal over het bewerken van een zwart-wit foto in Toepassen .

a

Tussen welke twee variabelen geeft de grafiek het verband weer?

b

Wat betekent de blauwe lijn in deze figuur?

c

Welke pixelwaarden veranderen het minste als je het contrast van de foto verhoogt?

d

Waarom krijg je altijd een zwartpunt en een witpunt bij contrast vergroten? Welke betekenis hebben deze punten?

Opgave 14Twee taxibedrijven
Twee taxibedrijven

In een stad zijn twee taxibedrijven actief. Ze hebben verschillende tarieven. Je betaalt bij beide een vast bedrag als je een taxi laat komen (het basistarief of de voorrijkosten) en daarbovenop een bedrag voor elke kilometer die je wordt vervoerd.

  • taxibedrijf A: voorrijkosten € 4,00 en de prijs per km € 2,75

  • taxibedrijf B: voorrijkosten € 7,50 en de prijs per km € 2,20

a

Tussen welke twee variabelen bestaat hier steeds een verband?

b

Welke variabele is de onafhankelijke variabele en welke is de afhankelijke variabele?

c

Maak voor beide taxibedrijven een tabel en een grafiek van de ritprijs.

d

Bepaal bij welke afstand beide taxibedrijven even duur zijn.

verder | terug