Verbanden > Verbanden
123456Verbanden

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

Eigen antwoord, hopelijk heb je er enig idee van...

b

Meestal wel.

c

Eigen antwoord.

Opgave V2
a

In dit geval uitsluitend van het aantal minuten dat je per maand belt.

b

euro.

Opgave 1
a

brandtijd (in uren) en lengte (in cm) van de kaars.

b

Doen, maak eventueel eerst de tabel verder af tot de kaars op is.

c

Elk uur gaat er cm af, dus na uur is de lengte cm korter: de kaars is op.

Opgave 2
a

Zie de tabel.

brandtijd (uur)
lengte (cm)
b

Doen.

c

Na uur.

d

Na iets meer dan uur, om precies te zijn na uur en minuten.

Opgave 3
a

Omdat iemand vast wel meer dan 5 minuten belt per maand. De belminuten zullen eerder in de honderdtallen lopen.

b

Zie a. Hoeveel verbel je zelf?

c

Zoiets bijvoorbeeld:

tijd (min.) 0 100 200 300
belkosten (euro/maand) 0,00 6,00 12,00 18,00
d

Eigen antwoord.

Opgave 4
a

De aantallen belminuten zijn nu honderdtallen en abonnementskosten horen er vaak bij.

b

Eigen antwoord.

Opgave 5
a

Zie tabel:

tijd (min.)
belkosten (euro/maand) 5,00 8,00 11,00 14,00
b

Doen.

c

Als je € 12,65 verbelt, dan is dat voor € 7,65 aan belminuten, dus belminuten.

Opgave 6
a

Doen.

b

.

c

Hoe meer je belt, hoe dichter je bij de cent uitkomt en je komt daar nooit onder.

d

Maandelijks ongeveer belminuten geeft als kosten per minuut ongeveer euro per minuut.

Opgave 7
a

Zie tabel:

tijd (min.)
belkosten per minuut (euro/maand) ???? 0,08 0,055 0,047
b

Doen.

c

Meer dan belminuten per maand.

Opgave 8
a

aantal kistjes en loon (in euro).

b

€ 2,25.

c

€ 11,25.

d

€ 27,00.

e

De grafiek is stijgend. Hoe meer volle kistjes, hoe hoger het loon.
De grafiek is een rechte lijn, ieder kistje levert evenveel op.

Opgave 9
a

dagen.

b

dagen.

c

aantal blz per dag en aantal benodigde leesdagen.

d

Zie de tabel.

aantal blz per dag
aantal leesdagen (cm)
e

Het aantal leesdagen neemt niet steeds met hetzelfde getal af als het aantal bladzijden per dag met één toeneemt.

Opgave 10
a

€ 25,00.

b

Doen. De ritprijs komt op de verticale as.

c

Je moet ook al een bepaald bedrag betalen als de taxi bij je aankomt, ook als je niet gaat meerijden.

d

Vanaf km.

Opgave 11
a

Doen. prijs per pen komt op de verticale as.

b

Per pen € 1,00, dus in totaal € 100,00.

c

Zie de tabel.

aantal pennen
totale kosten (euro) 100 160 240 300 360
d

Nee, de kosten per pen worden lager, maar de totale kosten blijven toenemen als je meer pennen besteld.

e

De grafiek is geen rechte lijn. Doordat de prijs per pen niet constant is stijgen de kosten niet steeds met hetzelfde bedrag.

Opgave 12Beeldbewerking
Beeldbewerking
a

Tussen pixelwaarden voor bewerking en pixelwaarden na bewerking.

b

De blauwe lijn betekent dat de pixelwaarden voor en na bewerking hetzelfde zijn. Er gebeurt dan niks.

c

en .

d

Omdat de pixelwaarden nooit kleiner dan en groter dan zijn. Alle pixelwaarden onder het zwartpunt krijgen de waarde (en die pixels worden dus zwart), alle pixelwaarden boven het witpunt krijgen de waarde (en die pixels worden dus wit).

Opgave 13Taxibedrijven
Taxibedrijven
a

Tussen gereden afstand (in km) van degene die de taxi bestelt en ritprijs (in euro).

b

Doen.

c

De grafiek van taxibedrijf B begint met lagere tarieven, maar hun ritprijs gaat sneller omhoog. Beide grafieken hebben daarom een snijpunt.

d

Vanaf kilometer.

verder | terug