Vergelijkingen > Balansmethode
123456Balansmethode

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1

`68` gram.

Opgave 1

`68` gram

Opgave 2
a

`860` gram en je krijgt dan `7 g=2 g+340` .

b

Twee munten en je krijgt dan `5 g=340` .

c

Delen door `5` en elke munt weegt `68` gram.

d

De variabele komt aan beide zijden van het isgelijkteken voor en je kunt dus geen rekenschema maken.

Opgave 3
a

`g=1,5`

b

`g=150`

Opgave 4
a

`6g = 4g + 24`

b

`4 g` en je krijgt `2g =24` .

c

`g=24 /2 =12`

Opgave 5
a
`7 g+6` `=` `5 g+15`
`7 g` `=` `5 g+9`
`2 g` `=` `9`
`g` `=` `9 /2 =4,5`
b
`8 g-15` `=` `5 g+21`
`8 g` `=` `5 g+36`
`3 g` `=` `36`
`g` `=` `36 /3 =12`
c
`8 g-15` `=` `5 g`
`8 g` `=` `5 g+15`
`3 g` `=` `15`
`g` `=` `15 /3 =5`
d
`12 -4 g` `=` `6 g+2`
`text(-)4 g` `=` `6 g-10`
`text(-)10 g` `=` `text(-)10`
`g` `=` `(text(-)10) /(text(-)10) =1`
Opgave 6
a
`5 g+12` `=` `3 g+7`
beide zijden `-3g`
`2 g+12` `=` `7`
beide zijden `-12`
`2 g` `=` `text(-)5`
beide zijden `/2`
`g` `=` `text(-)2,5`
b
`6 g-8` `=` `10 g+12`
beide zijden `+8`
`6 g` `=` `10 g+20`
beide zijden `-10g`
`text(-)4 g` `=` `20`
beide zijden `/text(-)4`
`g` `=` `text(-)5`
Opgave 7
a

`g = text(-)6`

b

`g=1,25`

c

`a=2`

d

`x=text(-)6,5`

Opgave 8

Noem het getal `g` en de uitkomst `u` .
De vergelijking die je moet oplossen is `(4 g+20 -2 g)/2=u` . De linkerzijde van de vergelijking kun je herleiden. De vergelijking wordt:

Opgave 9
a

`g = 3`

b

`g = 4,5`

c

`g = 2`

d

`g = 8`

e

`g = 3,6`

f

`g = 360`

Opgave 10
a

De school betaalt €  `150,00` plus `a` maal €  `0,075` . De inkomsten zijn `a` maal €  `0,10` .

b

`a=6000`

c

Bij `6000` kopieën zijn de inkomsten en uitgaven voor de school gelijk.

Opgave 11
a

`20 -1,5t=5`

b

De onbekende `t` komt maar aan `1` kant van het isgelijkteken voor.

c

Na tien uur is de kaars nog `5` cm lang.

d

`20 - 1,5t=30-3,25t` .

e

Na `5,7` uur zijn de kaarsen even lang.

Opgave 12

Als geldt dat `a=6` , dan hebben beide figuren een even grote omtrek.

Opgave 13
a

`g = text(-)1`

b

`h = text(-)13/11`

c

`k = 1/2`

d

`m = text(-)2`

Opgave 14
a

Leeftijd Theo: `38 - x`

b

`38 - x - 5 = 2x`

c

Saar is `11` jaar en Theo is `27` jaar.

Opgave 15

`50` cm

Opgave 16
a

`a = 44`

b

`b = text(-)1 4/5`

c

`c=5`

d

`d = text(-)7/8`

Opgave 17

Na `10` dagen.

verder | terug