Vergelijkingen > Balansmethode
123456Balansmethode

Verwerken

Opgave 9

Los de vergelijkingen op.

a

`12g+3 =7g+18`

b

`13+6g - 2 =2 +8g`

c

`5g=3g+8 - 2g`

d

`text(-)6g+55 =4g-25`

e

`text(-)g+7 =4g-11`

f

`320 +0,5g=950 -1,25g`

Opgave 10

Op school staat een kopieermachine. Leerlingen mogen daar voor `10` cent per kopie gebruik van maken. De school huurt deze machine voor €  `150,00` per maand en elke kopie kost de school `7,5` cent. De vraag is: "Vanaf welk aantal kopieën per maand zijn de kosten voor het gebruiken van deze kopieermachine even groot als de inkomsten?" .

a

Leg uit dat deze vraag kan worden vertaald naar de vergelijking `150 +0,075a=0,10a` . Hierin is `a` het aantal kopieën per maand.

b

Los de vergelijking op met de balansmethode.

c

Wat is nu het antwoord op de gestelde vraag?

Opgave 11

Bij het opbranden van een kaars hoort de formule `L=20 -1,5t` , waarin `L` de lengte in cm en `t` de brandtijd in uren is.

a

Welke vergelijking hoort er bij de vraag: "Na hoeveel uur is deze kaars nog 5 cm lang?"

b

Waarom kun je deze vergelijking zowel met de balansmethode als door terugrekenen oplossen?

c

Wat is nu het antwoord op de gestelde vraag?

Voor een tweede kaars geldt dat hij bij aansteken `30` cm lang is en elk uur `3,25` cm korter wordt als hij opbrandt. Beide kaarsen worden tegelijkertijd aangestoken.

d

Welke vergelijking hoort er bij de vraag: " Na hoeveel uur zijn beide kaarsen even lang?"

e

Wat is het antwoord op de gestelde vraag? Rond af op één decimaal.

Opgave 12

Bekijk de twee figuren. Ze hebben niet dezelfde omtrek. Hoeveel moet je voor `a` nemen als deze figuren dezelfde omtrek moeten hebben?

Opgave 13

Los de vergelijkingen op.

a

`text(-)2g + 3 - 5g + 6g = 2 + 2g + 8 - 4`

b

`3h + 17 - 3h = 6 - 7 -11h + 5`

c

`20k - 10k + 10 - 15 = k - 8 - 3k + 9`

d

`2m + 4 + 10m - 2 - 6m = 2 + 4m - 2 - 2m - 6`

Opgave 14

Theo en Saar zijn samen `38` jaar. Theo was vijf jaar geleden twee keer zo oud als Saar nu. Hoe oud zijn ze ieder?

a

Neem eens aan dat Saar `x` jaar oud is. Hoe oud is Theo dan?

b

Welke vergelijking kun je opstellen om de puzzel op te lossen?

c

Los de vergelijking op om de leeftijden van Theo en Saar te bepalen.

Opgave 15

Tim heeft vijf kubussen. Als hij ze op een rij zet van klein naar groot, dan verschillen elke twee kubussen die naast elkaar staan twee centimer in hoogte. Als Tim de twee kleinste kubussen op elkaar stapelt, dan is de stapel even hoog als de grootste kubus.
Hoeveel centimeter is de stapel hoog als Tim alle vijf de kubussen op elkaar stapelt?

verder | terug