Rekenen met variabelen > Variabelen optellen en aftrekken
12345Variabelen optellen en aftrekken

Antwoorden van de opgaven

Opgave V1
a

`104` cm is de kralenketting lang. Alles bij elkaar optellen is geen handige manier.

b

`L = 4r + 5g` , waarbij `L` de lengte van de kralenketting is, `r` het aantal rode kralen en `g` het aantal groene kralen.

c

`350` cm is de langste kralenketting die je met de kralen kunt maken.

Opgave 1
a

`P = 4k + 4l`

b

Ja, `k` , `l` en `P` moeten dezelfde lengte-eenheid hebben.

Opgave 2

Geef van de volgende uitspraken aan of ze waar of niet waar zijn. Licht je antwoord toe.

`P = 3a +2b` kun je niet herleiden.

`P = 2a + 3b - 3b` kun je herleiden tot `P = 2a` .

`P = 4b - 5b + 3a` kun je niet herleiden.

`P = a + 6a` kun je herleiden tot `P = 7a` .

`P = text(-)3q + 7q` kun je herleiden tot `P = 4q` .

`P = text(-)3b - text(-)2b` kun je herleiden tot `P = text(-)b` .

`P = a + a + b + b + a + a - b - b` kun je herleiden tot `P = 4a` .

Opgave 3
a

`a+a+a+a + a+a = 6a`

b

Dit blijft `3d + 2t` want er zijn geen gelijksoortige termen.

c

`5a`

d

`text(-)2a + 3b + 4a + 7b = text(-)2a + 4a + 3b + 7b = 2a + 10b`

e

`3a + text(-)2a + 2b + b + b = a + 4b`

Opgave 4
a

`P = 10k + 2l`

b

`P = 38` cm

c

`B = 2k + l`

d

De lengte is `3` cm.

Opgave 5

Figuur I: `P = 8k + 2l`

Figuur II: `P = 6k + 2l`

Opgave 6
a

Teken de kortste route van `(0,0)` naar `(2,3)` in het rooster. Dat is twee hokjes naar rechts en drie omhoog of drie hokjes omhoog en twee naar rechts.

b

`a - 2b`

c

`3a - 3b`

Opgave 7
a

`2a + 3b`

b

`a - 2b`

c

`3a - 3b`

d

`0`

Opgave 8
a

`4a + 2b`

b

`3a + 3b`

c

`text(-)3p + 2q`

d

`2p - 4q + 2r`

Opgave 9
a

Er zijn geen gelijksoortige termen, maar je kunt het schrijven als `O = 7,5k + 5a` .

b

`7,50*15 + 5,00*25 = 237,50` euro

c

€ 180,00

d

`O=10,00k+3,50a`

e

De opbrengst van Sofie is € 175,00 en die van Madelon € 170,00. Sofie heeft dus de grootste opbrengst.

Opgave 10
a

`K=0,04t+10`

b

€ 7,40

c

`K = 0,05t + 8`

d

Hij kan beter de eerste korting nemen.

Opgave 11

Figuur a: `P = 6p + 6r`

Figuur b: `P = 6p + 4r`

Opgave 12
a

`6b + 5l`

b

`6k + 5l`

c

`175a + 175b`

d

`m + 12n + 9p`

Opgave 13
a

`p + 18q`

b

`4p + 12q`

c

`2a + 4b`

d

`x + 4y`

e

`3p + 2q`

f

`text(-)3a + 4b + 8c`

Opgave 14
a

`L` staat voor het loon in euro's, `u` voor het aantal gewerkte uren en `a` voor het aantal gevulde manden.

b

Het vermenigvuldigingsteken mag je weglaten en je mag bij optellen de volgorde veranderen.

c

€ 43,50

Opgave 15
a

`3r - 4`

b

`P = 8r + 24`

c

`P = 72`

Opgave 16
a

patroon 1: `O = 3c + 4a`

patroon 2: `O = 2c + 4b`

b

`O = 20a + 16b + 23c`

Opgave 17

Hoe groot is de omtrek van deze figuur?

`3a + 4b`

`3a + 8b`

`6a + 4b`

`6a + 6b`

`6a + 8b`

Opgave 18
a

`5a`

b

`b`

c

`34q + 1`

d

`text(-)k - 1`

e

`0`

f

`11x - 4y - 7z`

Opgave 19
a

`W` is de weekloon in euro, `a` het aantal rondgebrachte folders en `b` het aantal rondgebrachte kranten.

b

Bij optellen mag je de volgorde veranderen.

c

€ 42,50

verder | terug